21. jan, 2018

Koffie aan zee

Ik zit met blossen op de wangen op de bank. Rozig. Bril zakt scheef op mijn neus. Hoe heerlijk was het vandaag. Met Bram naar het park. Alleen op de fiets naar zee. Waar ik met mijn neus in de zon op een terras aan het strand koffie drink met Belofte. Ook hij kwam op de fiets. Onverwachts spreken we af en stiekem genieten we driedubbel. We zien elkaar maar even. Maar het is genoeg voor de rest van de week. Zijn ogen sprankelen. Zijn mond lacht. Een laatste kus en we gaan ieder onze eigen weg. Jubelend fiets ik naar huis. Dit was een feestje.

Als ik thuiskom ligt Bram met zijn natte zanderige parklijf op mijn eens zo witte bank. Mijn kussenhoezen zitten nog in de wasmachine. Het naakte wit van de kussens is nu grauw. Vochtig en warm van Bram zijn dikke lijf. Tja. Had ik de bank maar moeten barricaderen. En ooit consequenter moeten zijn in het verbieden. Ik zet mijn fiets in de berging en pak gelijk de boodschappentas. Nu mijn benen nog warm zijn en mijn knie nog niet het hallelujah brult. De winkel is leeg. Verlaten. Wat een genot. Alles wat ik nodig heb, is er. Voor de komende dagen heb ik genoeg in de koelkast en op de fruitschaal.

Nu dan op de bank. Slaperig. Dromerig. Ik blader door de Kampioen. Lees over Ierland en Noorwegen. Over de Veluwe. Ik heb ineens overal zin in. Het maakt me niet uit waar ik ben. Zolang ik maar voel wat ik nu voel. Rust in mijn hoofd en lijf.