18. jan, 2018

Vrij zijn

Aarzelend stap ik naar binnen. De werkplaats waar ik de komende weken zal schaven, schuren, maar vooral veel passen en meten. En juist dat hele, hele nette werken, het zal mijn grootste uitdaging worden. Ik volg de cursus meubelmaken. Mijn timmermansoog laat me jammerlijk in de steek. Ik vind mijn balkje redelijk haaks. Juf denkt er iets genuanceerder over. Ze wijst me op de plekken waar er nog iets af kan. Het zijn er 5.

En zo schaaf ik een paar uur aan mijn balkje. Waar ooit een slisverbinding in moet komen. Ik kijk er met angst en beven naar uit. Het is een gemêleerd gezelschap om mij heen. Zo ontwaar ik een boswachter, een lerares en een fysiotherapeut. Ik als stoffige klerk daar tussen. Met veel te veel kleren aan. De sjaal gaat af. Het wollen vest gaat uit. Mijn armen worden moe. Mijn hoofd raakt leeg. Mijn balkje haakser dan haaks. De eerste stap is gezet.

De tweede stap zet ik op kantoor. Net zo aarzelend vraag ik mijn baas of ik een dag minder mag werken. Samen met mijn steun en toeverlaat. Zodat we als setje in stand blijven en de productie groots. De vraag wordt niet met gejuich ontvangen. Eigenlijk is het antwoord al bekend. Totdat die hardop gezegd wordt, dien ik meteen maar het verzoek in om de komende weken in ieder geval een dag minder te werken. Met de vakantiedagen die ik over heb, kan ik dat zo’n beetje de komende vier maanden. Het antwoord laat op zich wachten. De bazen beraden zich. 

Ondertussen droom ik van een boekenkast van muur tot muur. Een andere keuken. Alles van mijn eigen hand. Keep dreaming Sil. Vooral blijven dromen.