5. nov, 2017

Intensive Care

Het weekend begint al op donderdag. Ik breng de vader van mijn kind naar het ziekenhuis. Hij is laconiek. “Het is dit of altijd moe en medicijnen.” Na een gesprek met de verpleegkundige oogt hij al iets minder laconiek. Ook hij raakt doordrongen van de ernst en de zwaarte van de operatie. Het is goed dat ik er ben.

Op vrijdag wordt hij geopereerd. Het wordt een gekke dag. Met mijn Belofte en kind om me heen ook nog zelfs een leuke. Tussen alle hectiek door koop ik een andere auto. Al een paar weken heb ik deze op het oog. Mijn mooie glimmende 500 is te mooi om een natte Labrador in te vervoeren en te klein voor een kast of een fiets. Ik wil vrijheid. In mijn doen en laten. En dus tijd om te handelen. En zo geschiedt.

De chirurg belt me vanaf de operatiekamer. Als contactpersoon krijg ik het nieuws uit de eerste hand. De operatie is geslaagd. Zijn hart loopt weer normaal. Mijn hart maakt een sprongetje. Met zijn moeder aan de hand stap ik de intensive care op. Overal zijn slangen. Overal branden lampen. Ondanks de morfine lijkt hij helder en hij kijkt me vragend aan. Hij weet nog van niets. “Het is gelukt.” Ik knijp even in zijn hand. Samen slikken we de tranen weg. Hoe mooi zal het zijn als die eeuwige moeheid verdwenen is.

Mijn Belofte wacht me op. De kachel brandt, Bram cirkelt om ons heen. Hoe heerlijk is het zo thuiskomen. Hij is er.