12. aug, 2017

Dromen

Ik heb hard gewerkt. Keihard. Met alles wat ik in mij had. Met toch weer meer liefde voor het vak (en mijn baas) dan ik dacht. Met vierkante ogen verlaat ik het kantoor. Een hoofd vol dossiers. De zaken lopen door elkaar. Ik moet het loslaten. Eindelijk, eindelijk heb ik vakantie. Drie lange weken die zich nog als een onbeschreven blad laten vullen. Met?

Met wat ja. Geen idee. Mijn kind wil niet met vakantie. Blijft het liefst thuis. Onbekommerd gamen, voetballen en bellen met zijn vrienden. Hij kan als ik vrij ben ook naar zijn vader. Die heeft op mijn verzoek gelijk met mij vrij genomen. Omdat ik stiekem hoop op lange dagen en nachten met mijn lief. Fietsend door duinen, door bossen. Misschien zelfs wel ergens in het buitenland. Mijn eigen land popt up. Of zelfs in mijn andere eigen land. Italië. Maar het lijkt nog te vroeg. De belofte is wel een dromer, maar geen maker van plannen. Zit bovendien middenin een vakantie met zijn eigen bloed.

En dus? Dus zit er niets anders op dan de dagen straks te vullen met dat waar ik zelf zin in heb. Belofte of niet. Misschien haakt hij aan. Of af. Hoe koel klink ik. Hoe anders voel ik me. In mij stormt een wirwar van emoties. Liefde, woede, onmacht, maar toch ook vertrouwen. Ik weet wat ik voel. Denk te weten wat hij voelt. Bij elkaar is dat veel. Heel veel. Misschien wel alles.

En dus? Dus wacht ik af. Laat ik het gebeuren. Ondertussen mijn temperament in toom houdend. Mijn grenzeloze energie te stoppen in vooral leuke dingen. Weer word ik teruggeworpen op mezelf. Me, myself and I. Deze keer dan wel met vertrouwen. In mezelf. In hem.