9. jun, 2017

Paden

Mijn huis is een puinhoop. Droef resultaat van te veel werken en (nooit te) veel vrije dagen waarin ik leuke dingen doe. Met collega, met mijn Belofte. Opruimen hoort daar niet echt bij.

Hoe heerlijk is het om met je lief door polder, bos en duin te fietsen. Langs het strand. Broodjes mee. Smoorverliefd in een duinpan door te brengen. Een duinpan die nog geen 10 meter van het fietspad af ligt en waar langs wilde paarden zich vergalopperen aan hun vrijheid. Ons gevoel van vrijheid daarmee enigszins inperkend. Het is maar goed ook. De knalblauwe lucht en zijn bruin breeduit lachend bebaard gezicht zouden me kunnen laten vliegen. Tot ver voorbij de horizon. We houden het netjes. In gedachten gaan we los.

Het werk op kantoor blijft een heikel punt. Met collega’s stampen we ons door de week. Proberen we de luchtige sfeer te handhaven waardoor we kunnen doen wat we doen. Toch gaat het mis. Na een paar nachten slecht slapen, blijkt mijn lontje kort. Prikken die verdomde tranen weer eens achter mijn ogen. Wat lieve woorden en een knuffel van een collega doen de rest. Ik wil niet zwak zijn, wil die baken zijn in die woeste zee. Me groot houden. Overal en altijd. Voor iedereen, maar met name voor mezelf.

Het is niet alleen het werk dat me bezig houdt. Het is zoals altijd alles. Mijn heerlijk mooi puberend kind. Druk bezig met zijn eigen pad te ontdekken. Een pad dat niet meer synchroon loopt met de mijne. Mijn lieve Belofte waarmee ik hand in hand nieuwe paden insla. En waarvan ik niet weet waar die heen gaan. Genieten van het moment, is het motto. Ik doe het. Vol overgave les ik mijn dorst, stil ik mijn honger. Nestel ik me schaamteloos in zijn armen, voel ik me veilig. Voel ik me thuis. Ik zeg het hem. Ik schrijf het hem. Hij kijkt lief. Is verlegen. Zegt of schrijft wat heel liefs terug. Maar het achterste… het allerachterste stukje van zijn tong, dát houdt hij nog even voor zichzelf.