2. mei, 2017

Even niets

Even niets. Geen mobiel, geen tv. Met Bram het park in. Het gaat maar net. Mijn knie brult, schreeuwt moord en brand. Wanneer ik er achter aan ga, zo vraagt hij. Achter die nieuwe knie dan. Achter hem aan loop ik immers al maanden. Kwijlend ook nog. Maar ik ben gedecideerd. Ik wil nog geen andere knie. Nog niet. Ik wil deze zomer fietsen tot ik een ons weeg. Lopen door duinen en over strand. Alleen, met hem of met Bram. Ik wil niet naar het ziekenhuis. Nog even niet. “Nee, zo door gaan is lekker”, mompelt mijn collega. “Straks kun je niet eens meer fietsen.”

Ik ben chagrijnig. Ik maak me druk over niets. Tegelijk over alles. Een opmerking op kantoor schiet verkeerd. Zet me op scherp. En als ik boos ben, zie ik alles helder. Weet ik precies waar de schoen wringt. Tegelijk weet ik dat ik die schoen voorlopig niet van mijn voet krijg. Dus strompel ik voort. Hinkend op één been, maar wel op twee gedachten.  En dit alles met een zere knie.

Mijn kind eet en slaapt vanavond bij zijn vader. Dus heb ik het rijk alleen. Ik treed buiten mezelf. Eet alles wat los en vast zit. Is het de opmerking of zijn het mijn hormonen? Pasta, salade en ook die gehaktbal van gister. Het glijdt soepel door mijn keel. Het stuk boterkoek is eigenlijk voor mijn kind. Toch verdwijnt ook deze achter mijn kiezen. Nietsontziend. Rücksichtlos. Moet ie maar thuis zijn. Oh, wat ben ik slecht. En dik. Mijn buik lijkt ondertussen op een skippybal. Eigen schuld, dikke bult. Maar waarom dat dan meteen zo letterlijk moet? Nee, hier word ik vrolijk van. Ik ga hem bellen. Dat mag, zo zei hij, het is part of the deal. Ik ga zeuren, morren en chagrijnen. Opdat hij meelij heeft. Mij doodknuffelt en verwent. Waar is mijn mobiel?