13. apr, 2017

Sottovoce

Boos ben ik. Zo boos. Weer een enorme stapel dossiers met mensen die iets van me willen. Weer maak ik lange dagen en stamp ik door. Deze keer stamp ik ook van woede. Hoe harder ik roep dat ik het te druk heb, hoe minder gehoor ik krijg. Dus mopper ik. Vloek en tier ik, maar vooral zachtjes. In mij schreeuwt het. Als ik hoor dat er weer iemand ontslag neemt en ons kantoor verlaat, zie ik de bui al hangen. Weet ik dat het mijn bureau ook zal raken. En stapelt mijn woede zich op.

Negatieve energie. Ik weet het. En ik wil het niet. Niet meer. Nooit meer. Wil niet dat die mijn leven beheerst. Zoals ooit door foute liefde of andere banen. Ik wil gewoon werken, mijn stinkende best doen, maar dan naar huis. Geen dossiers meer mee. Een dag minder werken. Nóg een dag minder? Het idee lonkt. Twee dagen thuis. Twee hele lange dagen voor mezelf. Misschien gevuld met leuke dingen. Mooie dingen. Met een cursus. Dingen maken. Italiaans?

Ik reken. Plus en min. Reken voorzichtig uit hoe lang ik kan doen met mijn spaarpot. Zal ik gewoon helemaal stoppen. Mijn tas pakken en gaan? Ik tel tot tien. Tel tot honderd. Blijf zitten waar ik zit. Ik moet afkoelen en nadenken. Verstandig blijven. Ik doe het. Voor deze keer. Er hangt immers heel wat van af. Mijn inkomen bijvoorbeeld. Mijn kind, hond en huis. Om nog maar eens wat te noemen.

Mijn lieve collega laat me uitrazen. Mijn lieverd laat me stoom afblazen.  Een nacht slapen doet wonderen. Ik kan weer. Ik wil weer. De dag rolt zich als een rode loper voor me uit. Klanten zijn aardig, mijn collega’s lief en mijn piloot doet de rest. Mijn tas blijft staan. Ik pak nog even helemaal niks.