30. mrt, 2017

Ik mis je zo graag

Ik overtref mezelf. Maar ik had er ook zo’n zin in. Met dit weer een rondje fietsen, de wind door mijn haar, de zon in mijn gezicht. Als ik echter op de fiets stap, is het bewolkt en waait het flink. Maar hé, strakke benen en platte buik in mijn jumpsuit, die wil ik. Dus stap ik op. Ik ga er voor. Dwars door de polder koers ik met Spotify in mijn oren richting zee. Ik wil door de nieuwe duinen fietsen. Kijken of het beter is dan op die asfaltdijk van voorheen. Dat is het niet. Want op die dijk fietste ik vlak langs zee en nu zit daar flink veel zand tussen. Even goed geniet ik mateloos. Het is er hoe dan ook mooi en het zonnetje doet zijn best voor me. Piept zo nu en dan door de wolken heen. Veertig kilometer later ben ik weer thuis. Trots als een aap stap ik half uit mijn wielerkleren en zak ik genietend in de tuin op een stoel. De zon straalt inmiddels net zo hard als ik.

Hoe goed begint dit voorjaar. Hoe leuk is het leven nu ik straalbezopen van algehele gelukzaligheid door het leven stap. Ik na het zoveelste zinderend weekend alleen maar blijer van hem lijk te worden. Het eerste patatje dat we samen eten smaakt naar meer. Maar ook dat kopje thee op het stoepje bij zijn voordeur. Hij maakt onze eerste selfie. We spatten van het scherm af. Ons geluk ligt nu vast. Digitaal. Maar hoe lastig is telkens het afscheid. We die laatste kus blijven geven. Het loslaten gaat moeilijk, we hebben elkaar nog maar net gevonden. Ik slik stoer de tranen in die achter mijn ogen prikken. Ik mis hem al nog voordat ik weg ben.