23. mrt, 2017

Stilte

Ik wacht op de koffie. De pruttel neemt zijn tijd. Ik hoorde laatst van een volbloed Italiaantje (niet zo’n halve dus als ik) dat ‘the water must very very slow cooking’. Dus zet ik tegenwoordig het gas laag. Volgzaam als ik ben. Want slow kan inderdaad heerlijk zijn.

Naast me ligt een stapel dossiers. Vandaag thuis gewerkt. Op mijn iets te kleine scherm en dus met mijn leesbril op mijn oude neus. Met mijn grijs doorvlochten haar een gouden combinatie. Toch voel ik me met een wielerbroek die alles strak trekt, nog zo lang geen vijftig als ik door de polder race. Heen met de wind en terug met de zon in mijn gezicht. Vleugels omdat die zon verlangens bij me oproept, die nodig gestild moeten worden. Heb je een beetje na kunnen denken op de fiets, zo appt de Belofte me vragend. Nope. Ik ben wild. En doorgaans denk ik dan niet zo erg. 

Lente. Voorjaar. Een jaargetijde dat zo bij me past. Met name dan de late lente en vroege zomer. Mijn collega leest het voor. Ik ben volgens de Oosterse leer een heus vuurelement. Lekker dan weer, vuur overal. En niet altijd de mogelijkheid tot blussen. Op mijn werk ben ik recalcitrant. Nou ben ik… Ik wil het graag zijn. Ik zou zo graag tegen al die heilige huisjes aanschoppen, mijn tas pakken en met gezwinde pas het pand uit rennen. Want wie wil met dit weer nou binnen zitten? Geketend aan een bureau vol dossiers? Ik wil buiten zijn. Met mijn voeten in het gras, in het zand. Al die zonnestralen pakken die ik kan. Frisse lucht ademen. Al die stof van de winter uit mijn lijf. Ik heb het altijd al gehad, maar nu, met zoveel love in the air, lijk ik niet te houden. Wil ik in mijn korte broek kastjes schilderen in de tuin. Oude spiegels schuren. Droom ik van fietsen door de duinen, door de polder. Hand in hand met Belofte en Bram over het strand. Wil ik alleen maar genieten. En daar hoort zoenen bij. Heel, heel veel zoenen. Overdag, ‘s avonds, ‘s nachts. Totdat mijn vuur een beetje geblust is.

Hoe paradoxaal is het. Want waar ik zo schaamteloos geniet van alles wat het leven me op dit moment geeft, is datzelfde leven voor een ander teveel. Veel te veel. Zelfs zoveel te veel dat hij het leven uitstapt. Zijn jarenlange strijd tegen die innerlijke stem opgeeft. Omdat hij rust wil. Niet meer verder kan. Een gezin en vrienden ten spijt. Net 53. Ooit vriend en zwager van mijn broer. Al die jaren schreeuwde hij. Overschreeuwde hij alles en iedereen. Juist hij kiest voor stilte. Niemand die hem hoorde. Niemand die hem begreep.