9. jan, 2017

Kermis

En zo ben ik ineens beroerd. Doodziek zelfs. Hang ik dagenlang boven een emmer en spuug ik alles wat ik in me heb er uit. Leuk voor de lijn, maar het voelt behoorlijk anders. Ik kan niet overeind, ik kan niet gaan liggen. Alles duizelt. De kamer draait om me heen. Een kermis is er niets bij. Diagnose van de dokter: virale infectie op mijn evenwichtsorgaan. Het naar de wc gaan wordt een hele happening. Onder de douche gaan net zo. Met mijn kind op wacht - want stel dat ik omlazer – kom ik de dagen door. Zijn vader komt koken en voert me nog net niet. Een buurvrouw komt een pannetje soep brengen en mijn belofte uit Milaan een gouden knuffel. Appen gaat moeizaam, want jongens, de letters dansen en van bellen danst mijn hoofd. Ondertussen ben ik nu bijna een week verder. Durf ik weer met Bram een rondje door de straat en doe ik zelfs een boodschap. Om vervolgens, hoe stoer leek ik, bijna ter aarde te storten als ik me even uit moet rekken om iets te pakken. Het gaat, en het gaat niet. De schrik zit er ondertussen goed in. Aan mijn moeders kant, naast andere enge ziekten, immers niets anders dan tia’s en hersenbloedingen. En stel dat … Ineens voel ik me kwetsbaar. Met kind en hond en een driedubbel zware baan. Verantwoordelijk voor de inkomsten en ook nog eens verliefd. Al liggende filosofeer ik wat heen. Weet ik zeker dat ik in 2017 anders wil werken. Zeker niet meer fulltime en onder iets minder stress. Want, zo stelt de belofte nuchter vast, er zijn nog zoveel meer leuke dingen om te doen. Eerst nu dat hardnekkige virus maar uit mijn lijf. Ga ik daarna verder prakkiseren.