1. jan, 2017

Goud

Even zin in niets. Niemand om me heen. Ik wil alleen zijn. Met mijn gevoel, met mezelf. Kerst en Oudjaar achter de rug. De laatste jaren zo beladen, maar nu een onwaarschijnlijk fijn feestje. Verwonderd, verbaasd zit ik op de bank. Te staren. Te dagdromen. Durf ik weer te vertrouwen op dat eeuwig borrelende gevoel in mij. Dat fonteintje. De bron van mijn onrust, mijn zoektocht. Ook brenger van de rust, die er nu zo maar lijkt te zijn.

Voor het eerst in 16 jaar breng ik Oudejaarsnacht door zonder mijn kind. Voor het eerst in 26 jaar ook zonder zijn vader. Ze vieren het samen. Ik nodig schoorvoetend de belofte uit Milaan uit. Op de ochtend zelf. Stel dat hij nee zegt? Dan wil ik alleen zijn. Alleen, maar sinds tijden zonder het gevoel van die schurende eenzaamheid. Hij appt dat hij komt.

We eten samen. Drinken een glas wijn. Een oliebol, een toastje. Het smaakt allemaal. Hoe ontspannen ben ik. Hoe rustig is hij. Hoe vertrouwd lijkt het. Is het? Als de klok twaalf slaat zitten we samen op de bank. Zijn ogen zijn warm. Maken me vloeibaar. Het is zo’n moment met een gouden randje. Toch flitst mijn kind door mijn hoofd. Als die me twee tellen later appt en belt, is het moment er eentje geworden met briljantjes. Groeibriljantjes. En juicht mijn hart.