29. nov, 2016

Luchtbel

Schade aan auto bijna € 4000. De droger heeft het begeven. En als het zo door gaat, stopt mijn hart binnenkort ook met slaan. Ik in een dip?

Yep. Een behoorlijke ook deze keer. Niets als je van hoog vliegen houdt, maar mocht je vleugellam worden, is het neerstorten genadeloos. Weer klap ik in volle vaart ter aarde. Word ik me pijnlijk bewust van mijn eigen tekortkomingen. Want goden, wat draaf ik weer door. Vol stap ik er in. Hoe leeg kom ik er uit. Waarom moet alles bij mij zo intensief? “Omdat je zo bent. Dat maakt je uniek,” zo oppert vriendin. Geweldig, om enig in je soort te zijn. Al zou ik op dit moment graag anders willen zijn. Vooral rustig, afwachtend. Kat uit de boom kijkend. Maar wat als die kat meteen op mijn schoot gaat zitten? Hij zich thuis voelt en snorrend en likkebarend mijn liefkozingen ondergaat?

Om in het huisdierenrijk te blijven: ik voel me hondsberoerd. Eet niet, slaap niet. Simpelweg het droevige gevolg van het uiteen klappen van die mooie glanzende luchtbel. Waar ik al weken soezerig in rond zweef. Al dagdromend de dag mee doorkom en die de eenzame weekenden ineens minder lang laat lijken. “Jij hebt aandacht nodig.” Mijn Italiaan zei het al. En, guess what, hij heeft helemaal gelijk. Maar hé, wie heeft dat niet. Ik neem me voor nooit meer, maar dan ook nooit meer verliefd te worden. Zei ik dat niet eerder? Toen ik ook als een spook in het donker ronddoolde na het zoveelste keer uitmaken met de onmogelijke liefde? Hé, maar niet meer verliefd wórden? Ik ben het immers nog. Smoor. Tot over mijn oren. Of er nog een opening is. Vriendin vraagt het zich af. Geen idee. Maar als die opening er is, dan stap ik naar binnen. Vol. Met alles wat ik in me heb. Alles of niets. Het is mijn credo. Of is het mijn ondergang?