20. nov, 2016

Zaterdag

De koelkast warmt op. De wasmachine loost water op plekken waar dat niet hoort. Hoogste tijd voor vervanging. Ik begeef me zuchtend in het oerwoud van huishoudelijke apparaten. Laat me adviseren door al te gewillige verkopers en bestel de beide vehikels uiteindelijk online. Hoe erg ben ik. Ooit zelf eigenaar van een fysieke winkel, soms eindeloos wachtend op een klant. Nu kiezend voor het gemak van lui onderuit op de bank en geen gehijg van een verkoper in mijn nek.

De bezorgers zijn mannen van houvast. Tenminste, als je de paardenstaart in de nek van de ene in ogenschouw neemt. Als de apparaten staan, krijg ik de mededeling dat de koelkast nog minstens vier uur moet rusten. “Te gevoelig na twee keer transport”. Dat ben ik ook wel eens, mompel ik. Gretig kijkt de paardenstaart op. Door het transport, zo vraagt hij. Zijn ogen glimmen. Jip, laten we het daar maar op houden. Feit is wel dat ik nu nog geen boodschappen kan doen. En ik nagenoeg – afgezien van 45 niet uitgedeelde zakjes chips tijdens Sinter Maarten – niets in huis heb. De koelkast laten de mannen onuitgepakt achter. Te gevoelig voor handen. Daar heb ik persoonlijk dan weer minder last van. Gelukkig scheurt een vriendin de bocht om voor een kop thee. Die weliswaar wild van nature is, maar zoals altijd rustig genoeg om al mijn verhalen aan te horen. Kleurrijk zijn ze deze keer. Variërend van torero’s tot strandwandelingen in het volle maanlicht.

Samen ontfermen we ons over het grote grijze gevaarte in mijn keuken. Die nog altijd ingepakt gevoelig staat te wezen. Voorzichtig doch onstuimig, want allebei wild, pellen we mijn nieuwe koele vriend uit zijn transportjas. Pulken, allebei een hernia rijker, al het plakband uit zijn binnenste. Over elkaar heen tuimelend, want de plakbandjes lonken. Voor even zijn we weer die meisjes van de middelbare school. Niet wetend wat het leven ons brengen zal. Onbevangen en gretig als altijd.

De ene vriendin is nog niet de straat uit, als de andere me spontaan uitnodigt voor een warme maaltijd. Ik haak er direct op in. Mijn grote kind is warm en veilig bij zijn vader, Bram ligt met volle buik snurkend in zijn mand. De belofte uit Milaan blijkt meer dan beloftevol en is latent op de achtergrond aanwezig. Zoveel lieve mensen om me heen waar ik simpelweg van hou. Rijker dan dit kan ik me voor even niet voelen.