21. okt, 2016

Milaan

Daar zit ik. In joggingbroek en bril op de bank. Laptop op schoot. Op een gewone vrijdag, op de verjaardag van die ene. Die natuurlijk door mijn hoofd spookt. Wilde mails en apps van een derde brengen me daar waar ik ooit was. Op de plek waar ik niet meer wil zijn. Daar waar ik mezelf dreig te verliezen aan wederom een ‘beter niet aan te beginnen’ liefde. Die er heus voor me wil zijn, maar geheel en al op zijn voorwaarden. Wanneer hij met zijn dirigeerstokje het sein geeft. Stoer kap ik het af. Maar baal desondanks als het dan ineens stil is. En stil blijft. In gedachten dwaal ik af naar ooit. Nog niet eens zo heel lang geleden. Hoe het was en voelde. Hoeveel onwaarschijnlijke energie ik er van kreeg. Met vleugels die me naar de hoogste bergen brachten. Maar die me ook ongenadig hard op mijn gezicht lieten vallen. De wonden zijn geheeld, maar de littekens zijn nog altijd zichtbaar. Vage sporen. Ze zijn me hoe dan ook dierbaar.

Vandaag zo maar een dag vrij. Een paar dagen zelfs. Ik ga met mijn grote kind naar Italië. Milaan, heerlijk shoppen en – uiteraard – naar die ene grote wedstrijd. Milan-Juventus. “Mam, je moet dat ooit hebben meegemaakt, zo’n wedstrijd.” En ik zal het meemaken. Morgen vliegen we, maandag weer terug. Met een hoofd en ongetwijfeld een koffer vol  herinneringen. Mijn banksaldo laat impulsieve aankopen gelukkig toe. Het salaris is net gestort en het vakantiegeld is nog onaangeroerd. Milan, here we come. Het kind stuitert. Hoopt op een glorieuze overwinning van zijn club. En dagdroomt over een nieuw voetbalshirt.

Ik dagdroom met hem mee. Al zien mijn dromen er op dit moment anders uit. In gedachten loop ik hand en hand. Met hem die mij kan laten stuiteren. Van energie en onbegrensde hartstocht. Die mij gewoon leuk vindt. Al mijn onhebbelijkheden ten spijt. En als enige voorwaarde heeft dat hij voor altijd van me mag houden.