24. sep, 2016

Italiaans hart

Mijn lontje is kort. Op kantoor, thuis. Ik ben moe. Moe van het vele werken, al die mensen die iets van me willen. Het iedere dag van huis zijn. De zorg om Bram die nu ineens hele dagen alleen is en ronduit vervelend is als ik visite heb. Deze belaagt, bespringt en aflebbert. Waardoor het lontje eigenlijk alleen maar korter wordt. En ik me serieus afvraag wat ik met hem moet. Wéér in training of is hij beter af bij een ander, die meer tijd voor hem heeft. Of moet ik, het lijkt zo maar de beste optie, gewoon meer thuis zijn en minder werken? Of moet ik toch echt een deur tussen keuken en woonkamer plaatsen zodat deze dicht kan en ik Bram kan buitensluiten? Vragen die rondspoken. Vragen waar ik nog geen antwoord op heb en die ik – en hoe herkenbaar is dat- voor me uitschuif.

Ik ben zelfs zo moe dat ik besluit om niet over twee weken naar een concert te gaan van Bocelli in Verona. Getipt word ik door mijn vriendin. Is het wat? Kunnen we? Willen we? Het antwoord is drie keer ja. Maar nu dan nog even niet. Ik moet pas op de plaats maken, anders gaat het nog meer mis dan dat het nu al gaat. Zo sta ik stil voor de verkeerde stoplichten, vergeet ik mijn boodschappen of sta ik zonder bankpas met een volle kar voor de kassa. Over vier weken ga ik ook al met mijn kind een lang weekend naar Milaan. Een fulltime job en dan twee lange weekenden volledig van huis? Het lijkt niet verstandig.  

Eens zal ik er zijn. Daar in die arena in Verona. Zal ik naar hem luisteren. Bocelli. Die mij telkens weer stil krijgt en mij tot in mijn diepste wezen raakt. Maar die mij ook terugleidt naar die onmogelijke liefde met wie ik in gedachten altijd naar zijn muziek luisterde. Een liefde die geen woord Italiaans sprak, maar zich puur op zijn gevoel liet meevoeren.

En dan ineens is er die ander. Die wel Italiaans spreekt en zoveel meer Italiaans is dan ik ooit zal zijn. Die me aan zijn hand meeneemt naar zijn geboorteland en me, ver van toeristen, laat proeven van het dagelijkse leven daar. Een leven waar hij ooit zelf deel van uitmaakte en dat zeker weer zal doen. Simpelweg omdat hij daar hoort. Vooralsnog kleurt hij mijn weekenden in met een mooi groen/wit/rood randje. Een randje dat ik kwijt was, maar dat ik nu, eenmaal teruggevonden, nooit meer los wil laten. Omdat het bij me past. Omdat het maakt tot wie ik ben.