11. sep, 2016

Onrust

Ik snijd een dikke plak ontbijtkoek af. Net wakker en nu al trek. Het is vroeg. Nog geen zeven uur en dat op de zaterdag? Ik kan niet meer slapen. Lig te draaien en heb last van mijn rug. Dan er maar uit en met een boek op de bank. Een boek van Kim Moelands. Hoe raakt het me. Met een lach en een traan lees ik. Kon ik maar zo schrijven. Dan schreef ik de hele dag door. Liet ik het notariaat voor wat het was en zette ik koers naar Italië.

Op kantoor draai ik niet lekker. Ik ben net terug en zie nu al door de bomen het bos niet meer. De stapel dossiers lijkt oneindig en nevenwerkzaamheden door de afwezigheid van een collega slokken mijn tijd op. Wie doet mijn werk? De slogan ‘had ik maar een vak geleerd’ gaat in deze niet op. Want dat heb ik. Notarieel jurist, zo prijkt op mijn visitekaartje. Het mag wat. Joker van kantoor had er op moeten staan. Multi-inzetbaar en nergens te beroerd voor. Lekkere eigenschappen, maar ze doen me de das om. Het maakt me boos. Ik heb immers geroepen, maar blijkbaar niet hard genoeg. Ondanks innerlijk protest, probeer ik het probleem op te lossen. Sluit ik me af voor de buitenwereld en stamp ik door. Ik zal dat varkentje wel even wassen. Hulp vragen zit niet in mijn aard. Toch krijg ik het. Van lieve collega’s, die net als ik, tot de oren in het werk zitten. Hoe lang gaan we dit volhouden? Hoe lang wil ik dit volhouden?

Het verklaart mijn onrust. Stress die langzaam de overhand neemt en mij in zijn klauwen heeft. Me lijkt te smoren. Ik haat het. Maar weer laat ik het gebeuren. Heb ik dan niets geleerd in al die jaren dat ik in het vak zit? Of is dat het niet? En gaat het om iets anders? Zie ik het onbewust ook als een uitdaging en – hoe trots ben ik - wil ik kost wat kost toch laten zien dat ik het ga redden? Het strebertje in mij legt, tegen zoveel beter weten in, de lat hoog. Wel met de pest in mijn lijf deze keer.

De zon schijnt. Bram moppert zachtjes en kijkt me vragend aan. Of ik met hem naar buiten wil. Strak plan Blondie. Ik trek mijn fluoriscerende gympen aan en doe mijn oordopjes in. Wandelend met een hese Italiaan lijkt de wereld een stuk mooier. Ook nu stijgt mijn onrust. Al is het op een ander vlak. En verlang ik naar wilde taferelen, warme ogen en een dito lijf. "Fammi camminare lungo gli argini di una certezza, calmami le rapide del cuore", zo zingt de Italiaan. Vrij vertaald iets van dat hij graag wat meer zekerheid wil en of zijn hartslag wat omlaag kan. Dat wil ik ook. Maar dan liefst ná het wilde tafereel, de warme ogen en het dito lijf.