22. mei, 2016

Vermoeiend

De laatste hobbel is genomen. Het druppelde. Al dagen, al maanden. Inmiddels jaren. Druppels van onbehagen, druppels waar ik mijn vinger niet op kon leggen. Die me rillingen bezorgden. Alleen niet van genot. De druppels werden een plas, een grote. En terwijl ik mijn uiterste best deed om niet te verzuipen, zat een ander relaxed pootjebadend aan de kant. Toekijkend hoe ik lag te spartelen.

Eén woord was er voor nodig om me over die streep te trekken. Die denkbeeldige streep waar ik in gedachten al zo vaak over heen was gestapt. Om voor eens en voor altijd alles achter me te laten. Ik weer vrij kan zijn, mijn leven kan leven zoals het hoort. Puur en eerlijk. Zoals het ooit was.

De hobbel was een zware. Het telkens maar in hetzelfde cirkeltje ronddraaien ook. Met iedere keer eenzelfde start en finish. Mijn energie tomeloos, opgaand in dat ene. Of moet ik zeggen die ene? Oprechtheid van mijn kant. Een vertroebeld iets van de andere.

Waanzinnig lonkt de gedachte om beloftes te breken. Om me heen te schoppen en te slaan. Met modder te gooien. Daarna vijf heerlijk lange minuten van genoegdoening. Waarschijnlijk mijn grootste hoogtepunt ooit. Ik doe het niet.

Eén woord. Ik voeg ‘m toe aan mijn indrukwekkende CV. Naast mooi, lief en lekker, nu ook vermoeiend.