10. mei, 2016

Luctor et emergo

Zoet geuren ze. De rode rozen die ik kreeg van mijn kind. Geen duur boek of tijdschrift. Ik wilde iets dat uit zijn hart kwam. Natuurlijk werd hij daarbij geholpen door geldgebrek. Want mijn dreigement voerde ik uit. Geen baantje, geen zakgeld.

Maar hoe ontroert mij zijn onhandigheid. Waarmee  hij de rozen achter de berging vandaan haalt. Ze hebben de hele nacht buiten gestaan en wat een mazzel dat het niet vroor. ‘Fijne moederdag’, een kus. De tranen prikken, maar ik houd me groot. Wat kost het een moeite. Als hij niet veel later door zijn vader wordt opgepikt voor een bezoek aan zijn oma, laat ik ze komen. Voor het eerst voel ik me alleen in mijn huis. Geen moeder meer om te bezoeken en de rest van de dag ook nog zonder kind.

Ik lees en herlees het gedicht dat ik kreeg van mijn vriendin. Die ik tegenkwam in het park en die zonder te vragen weet waar ik mee worstel. “Het is zo stil op je blog”. Het klopt. Het is niet mijn week, het is niet mijn weekend. Het gedicht lijkt op mij van toepassing. Ook al is dat het laatste wat ik wil. Iets in mij blijft een en ander halsstarrig ontkennen. Het houdt en hield me overeind. Zo ook vandaag. Fietste ik gister het snot voor ogen, vandaag ga ik lopen. Kilometers. Knie of geen knie. Bram laat het zich welgevallen en trekt me door de warme polder. En trekt me zo de dag door. Want een dikke uur later zitten we samen moe maar voldaan in de schaduw. In onze eigen tuin, achter ons eigen huis. Ik met boek en hij met bot. En lijkt somberheid iets voor anderen.