17. apr, 2016

Comfortzone

Paracetamol. Koffie en koek. Een smeuïge app op de achtergrond. Het is mijn start van de zondag.

Pijn in mijn hoofd. Het gevolg van twee dagen nachtbraken in de kroeg. De koek omdat ik geen brood in huis heb. Druk met mezelf en oh jongens, met uitgaan. Ging ik op vrijdag ergens dansen met collega’s, op zaterdag word ik meegevraagd door oude schoolgenoot en tegenwoordig voetbalvader voor een bokkentocht. Biertjes proeven in diverse cafés in het dorp.

Het dansen blijkt heel spektakel. De muziek die ons  beloofd was (jaren 80 en dus herkenbaar) blijft wat  uit. Toch sta ik met collega op dansvloer. Mijn knie protesteert en de blouse die ik aan heb, net zo. Iets te strak, want cupmaat is weer groter. Met een beetje wild zwaaien zou het gemoed er zo maar uit kunnen vallen. Het lijkt me niet de bedoeling. Al zou het mannelijk publiek, getuige de net zo strakke blikken gericht op blouse, het niet eens zo erg vinden. De spijkerbroek is ook wat aan de krappe kant. Buik inhouden en vooral niet gaan zitten.

Voor de kroegentocht ben ik zelfs nerveus. Ik ga alleen met de voetbalvader op stap. Met goedkeuring van zijn vrouw, dat wel, maar toch. Ooit voetbalden we samen op de lagere school. Toen een hele tijd niets en nu dan ineens weer samen langs de lijn. Kijkend naar ons eigen kind. Wat moet ik aan? Kan ik een tas mee? Ik vraag het hem als hij voor mijn deur staat en ik hem ondertussen mijn huis laat zien. Hij kijkt me lachend aan en geeft advies. Verwonderd om zoveel naïviteit. Tja, vrouw van de wereld. Ik zal het nooit worden. En daar zit ik. Naast vreemde man in auto. Opgepoetst en weer in te strakke broek en blouse. Bijna 50, maar voor even weer dat schoolmeisje. Iets later naast hem op een barkruk. Glas wijn in mijn hand. Ondertussen blikken van het dorp trotserend. Ik heb, afgezien van mijn iets te weelderig lijf, niets te verbergen en kijk frank en vrij terug. De voetbalvader net zo. Dat we een klik hebben, klopt. Al is het op een ander vlak dan men denkt. Ik moet uit mijn comfortzone, zo vindt hij. Alsof ik dat al niet ben. In de kroeg met bijna vreemde. Na een glas wijn lijkt het alsof ik boven de kruk zweef. Oeps. Het is een vreemde gewaarwording, maar de warmte die ik voel, smaakt echt wel naar meer. Tijd voor water. Veel water. Ik kijk naar de voetbalvader. Lief, betrouwbaar met hoog knuffelgehalte. Wie weet en krijgt hij mij ooit uit mijn comfortzone. Ben ik niet meer geduldig, afwachtend. Doe ik wat ik al zo lang wil. Wars van conventies, wars van hoe het hoort. Oef.