20. mrt, 2016

Stoker gezocht

Onrustig word ik wakker. Ik heb gedroomd dat mijn haar uitviel. Bij bosjes, met plukken tegelijk. Op mijn bord, op tafel. Overal ligt haar. Mijn rug doet pijn, ook mijn nieuwe bed voorspelt niet veel goeds voor het weëe foute gevoel dat ik sinds mijn verhuisplannen al heb. Een lage rugpijn, ergens bij die twee wervels waar ooit slijtage werd vastgesteld. En vermoedelijk een hernia, omdat ik toen een waanzinnige pijn in mijn linkerbeen had. Voor de zekerheid check ik mijn spiegelbeeld. Gelukkig, al mijn haar zit er nog. In een slechte uitvoering dat wel. Mijn ogen zijn weer wat blauwer dan vorige week. Een paar dagen ‘even niets’ heeft geholpen. Nu nog een botoxkuurtje om al die rimpels glad te strijken en ik ben weer stralend en fris. Zo nog lang geen vijftig.

Ik ben over. Kind en hond ook. Het kind gaat gefaseerd. Af en toe een boek, af en toe wat voetbalspullen. Ik laat hem. Ben al lang al blij dat het gaat zoals het gaat. Geen drama’s, geen tranen met tuiten. Al slik ik wel wat weg als ik de straat uitrij, ik man en kind achterlaat. Op donderdag loop ik er ‘s morgens mijn laatste rondje met Bram. Door de zo vertrouwde straten. Waar ik eens, trots als een pauw, achter de kinderwagen liep. Ik mijn kind leerde fietsen. Waar ik in weer en wind mijn kind naar school bracht, maar waar ik ook eens dat hart van mij verloor. En dat nog altijd niet in zijn geheel terug heb. Net als ik denk dat alle stukjes weer aan elkaar gelijmd zijn, sodemietert er weer een flink brok naar beneden. Omdat ik zie, voel en signaleer. Mijn gevoel gewoon niet uit kan schakelen en het verdriet traag maar meedogenloos bezit van mij neemt.

Maar gelukkig. Ik ben veerkrachtig. Zie, ook als in de regen in het park loop, dat ene struikje in helder fris groen. Temidden van dorre en donkere takken. Ach, was ik die struik. Liet ik mijn bladeren onbevangen, ongeremd en ongegeneerd door de zon beschijnen. Ontving ik, maar gaf ik ook weer wat terug. In die volgorde? Haha, hoe hebberig kan ik zijn. Misschien is dat het wel en ben ik te hebberig.

Struik of geen struik, fris groen of flessengroen. Ik heb weer energie. Zin om dingen te ondernemen. Zin om te schrijven. Eerst ga ik dat gordijntje naaien. Zodat we onbevangen, ongeremd en ongegeneerd met deur open op de wc kunnen zitten, zonder dat men ons vanuit de tuin kan bespieden. Eerst die verwarming maar een paar graden hoger. Koude toestand hier. Warmte wil ik voelen. Van binnen, van buiten. Mijn kacheltje moet weer gaan branden. Nu nog een goede stoker..🙃