15. mrt, 2016

Klaar

Vandaag werk ik thuis. Aan de keukentafel. Niets of niemand om me heen. Hoe heerlijk kan het zijn. Gewoon door kunnen werken, zonder telefoon. Zonder afleiding van wat dan ook. Missie geslaagd en reuze effectief.

Tevreden om zoveel productie loop ik later op de middag nog even de kringloop binnen. Om mezelf te verliezen in het serviesgoed. Want ja, daar staat die ene soepkom die nog ontbrak. Vijf van zijn broers en zusjes had ik al en nu dan, hoera, ik heb een even getal, nummer zes. Dertig cent kost ie. Hoe blij kun je me maken. Mijn oog valt op aardewerk. Oud en nieuw. Ik voel de hebzucht opborrelen en vergenoegd laad ik alles in mijn mandje. Een prachtig oud Noors bordje, reeds voorzien van een vernuftig ophangsysteem: een stukje kurk, lijm en een draadje. In gedachten hangt ie al in mijn keuken. Naast die andere bordjes die ik nog een plek wil geven en waarvan ik nu weet hoe ik die op moet hangen. Ik vind vier totaal verschillende kommetjes, maar die bij elkaar toch weer erg leuk zijn. Huppekee, in de mand. Verliefd kijk ik naar twee nog prachtige rotanstoeltjes. Ideaal voor buiten. Ze staan strak in de lak, dus die kunnen nog wel even mee. Ik laat ze nog even voor wat ze zijn, maar houd ze in gedachten. Donderdag, dan is deze kringloop weer open, dan haal ik ze op. Als ze er nog zijn tenminste. Kan ik met kind straks in de tuin eten. Of voor mijn huis in het zonnetje dat ene boek lezen.

Halsreikend kijk ik er naar uit. Die paar vrije dagen die voor me in het verschiet liggen. Waarin ik de overstap naar hier zal maken. Naar mijn definitieve stek. Nog één dag voluit op kantoor en dan kan ik verhuizen. Kleren overhevelen, hond en kind mee onder mijn arm. Pffft. Het is wel even een dingetje, dat weggaan. Maar wat is mijn huis leuk. Wat is de stek goed. En wat heb ik een boel mooie spullen. Ik lijk er klaar voor. Eindelijk dan.