3. mrt, 2016

Zombie

Daar zit ik. Aan mijn eigen keukentafel in de eetkeuken. Op het bankje van mijn vader. Gisteren was het zijn sterfdag. Weer een woensdag en weer sneeuw. Natte weliswaar, maar toch. Kind zit in de woonkamer, Bram ligt in zijn mand.

Toch ben ik nog niet over. Op mijn kleren en boeken na, staat alles hier. Er moeten nog dingen aan de muur. Zoals die keukenmuurvullende foto met salami’s. De foto van mijn vader. Een kapstok. Maar ik kan wonen. Alle dingen staan en doen het. De televisie sloot ik eigenhandig aan. Weliswaar met een beetje hulp van mijn tienerkind, maar toch. Of ik alle zenders heb, Joost mag het weten. We zullen het beleven.

Vandaag eindelijk naar de kapper. De grijze haren verfde ik van de week donker, maar hoe troosteloos zie ik er uit. De spiegel van de kapper is meedogenloos. Ik zie een krijtwit gezicht met hele diepe wallen. En voor mijn doen veel te lange lokken. Mijn ogen staan flets. Oef. De kapper daarentegen ziet er sprankelend uit. Ik zeg het haar. Ze lacht gelukzalig. Wat is haar geheim? “Ik ben net gescheiden.” Huh? Ik ook. Ik ook. Toch zie ik er uit als een zombie. De jaren gaan tellen. Mijn lijf doet zeer, mijn hoofd is vol. Brak van al het regelen, het zorgen dat alles reilt en zeilt. School, werk, huishouden, een zieke huisgenoot en daarnaast nog een verbouwing. Maar hoe heerlijk was het om met die meiden te schilderen. Eigenhandig mijn huis in te delen, in te richten. Samen te eten en zelfs samen te slapen. Hoe dankbaar ben en blijf ik. Geniet ik van de waanzinnig groene en bruine muren en glij ik gelukzalig over mijn in de was gezette vloer. Nog even en dan is het zover. Woon ik hier. Is dit mijn basis, mijn thuis. Ben ik los en vrij. Tot die tijd huilt mijn hart. Afscheid nemen doet zeer.