8. feb, 2016

Groen

Een week de sleutel. Een week van hard werken, op kantoor en in mijn nieuwe huis. Maar ook in mijn andere huis is het alle hens aan dek. Huisgenoot hinkepinkt nog altijd en rolt van het ene lichamelijke ongemak in het andere. Kan geen been voor de andere zetten en dus is de moeder Teresa in mij opgestaan. Die zorgt voor het reilen en zeilen rondom al mijn mannen. Hoe moet het straks als ik weg ben? Pff. Niet aan denken. Het kan me zo maar de adem benemen.

Gelukkig heb ik hulp. Fysiek en mentaal staan de meiden om mij heen hun mannetje. Was mijn vorige huis een echt meidenhuis, ook deze wordt gerund door het vrouwvolk. Women rule the world. In ieder geval in mijn huis. Collega ontpopt zich tot allround bouwvakker en verhuizer. Samen schilderen we de keuken in een kleur waar we allebei stil van worden. Het resultaat is ver boven verwachting. Groen. Ik heb er eigenlijk helemaal niets mee. Alhoewel, viel ik niet ooit voor een paar groene ogen? Toscaans olijvengroen. Hoe kleurt het waanzinnig bij het houtwerk van de ramen en de twee servieskasten. Groen. Ook de kleur die iemand ooit achter mij zag in een voorspellend visioen. Het zal toch niet? Ik zie de bewuste voorspelster regelmatig met hond buiten. Groet haar dan vriendelijk en maak me pijlsnel uit de voeten. Ze kijkt namelijk dwars door me heen en hoe nieuwsgierig ik ook ben, sommige dingen wil ik gewoon niet weten. Straks ziet ze mijn heimelijk liefdesverleden en voorspelt ze me een leven voor galg en rad. Een sprintje is dus op zijn plek.

Met collega en hond breng ik ook de eerste nacht door in mijn huis. We schilderen namelijk tot het nachtelijk uur en gaan de zondag vrolijk verder. Het voelt vertrouwd. Voordat we echter ons oor op een kussen kunnen leggen, moet er wel een bed staan. Het wordt sjouwen. Bed uit garage, in auto. Bed uit auto, trap op. Shocking-klem staan we op de trap. Te trekken en te duwen. Het bed komt op zijn plek. Total loss val ik er later op in slaap. Met een hoofd dat bonkt van alle indrukken en ideeën. Van alles wat ik nog moet doen de komende weken. Mijn hart is rustig. Het voelt goed.