31. jan, 2016

Thuis

Zondagmorgen. Heb liggen woelen. Pijn in mijn rug, pijn in knie. Werd rond vier uur gebeld door een nummer uit Afghanistan, of all places. Ik heb ‘m lekker laten gaan.

Ik voel me vol en leeg tegelijk. Vol van de ideeën, adrenaline van het huis. Maar leeg omdat het is zoals het is. Ik nu toch eens eindelijk de laatste hobbel moet nemen, maar de overtuiging mis om er over heen te klauteren.

Vrijdagmorgen was de afschouw en notariële overdracht. Mijn levenspartner zou mee. Die verslaapt zich en ik laat ‘m liggen. Mijn kind is ziek en roept nog zwak “Succes hè mam”. En daar ga ik. Op naar mijn nieuwe huis. Waar drie mannen op me wachten. Twee makelaars en de verkoper. De sfeer is meteen goed. Ontspannen. Het huis ademt mijn toekomstig thuis. Zo leeg lijkt het weer een beetje kleiner dan in mijn verbeelding, maar het voelt nog altijd zo bijzonder. Alsof het zo moet zijn.

De overdracht is oké. Deze keer geen tranen, maar opluchting. Omdat het rond is, omdat ik het kan doen. Met grote dank aan diezelfde levenspartner. Mijn eigen huis. Mijn eerste eigen huis. Die andere twee waren van ons samen en voelde anders. Maar toen was ik vol verwachting, vol van wat zou komen. Nu ben ik vol van ideeën, maar niet van wat er gaat komen. Ik heb werkelijk geen idee. Verse romantiek en nieuwe verliefdheid? Het klinkt lekker. Maar is nog altijd ver van mijn bed.

De koelkast staat. Schoongemaakt en wel. Ben benieuwd of ie het doet. Eerlijk gezegd valt ie me tegen. Maar ja, bij bezichtiging viel ik voor de oprechtheid van de verkoper en stond de koelkast op de achtergrond. Ik moet het er maar mee doen. Moet ik me maar niet zo laten leiden door mijn emoties. De story of my life. 

Lieve vrienden staan zaterdag bij me op de stoep. Te popelen om te zien waar ik uiteindelijk zal wonen. Ze zijn het er over eens: het is een bijzondere plek. Maar hé, hoe kan het ook anders, het is mijn thuis.