24. jan, 2016

Lijstje

Ik werk mijn lijstje af. Vink af wat ik al heb. Tafel, lampen, foto van salami’s voor in keuken. Salami’s? Dat zijn toch worsten? Jip. Groot, klein en dik. In trossen aan elkaar. Vlees en dikmaker. Ja, die. Maar vooral oh zo lekker. In dikkere plakken. Bij een glas rode wijn. Brr. Die foto wil ik aan de muur ja. De foto werd ooit genomen tijdens vakantie in Italië. Toen alles nog gewoon was. Mijn hoofd nog was waar het moest zijn. Ik wil ‘m in zwart wit. Of in sepia. Op hout of canvas. En gróót. Megagroot. Keukenmuurvullend.

Nu de laatste week voordat ik de sleutel krijg. Ik moet nog zoveel. Maar doe niks. Hang een beetje lamgeslagen rond in kringlopen, in ‘echte winkels’. Kijk op internet naar spullen die ik nog nodig heb. Het inrichten is leuk en veel dingen staan al in garage. Voor de andere sfeermakers moet ik toch echt het huis in. En voelen. Ik wil vloerkleden. Ik wil nog een boekenkast. Ik heb een kast nodig voor in mijn slaapkamer. Maar wil niet zomaar iets. Wil iets ouds of geks. Niet te duur vooral. Tegelijk moet het wel alles kunnen herbergen. Kleding, schoenen, dekens en linnengoed. Wil iets van stellingkasten met oude ladekasten daarin verwerkt. En afgesloten met twee of drie grote oude houten deuren.

Met appeltaart in de oven lees ik een Italiaans blad. Dromend dwaal ik af. Naar de vakantie dit jaar. Durf ik alleen met kind in auto richting Italië of pak ik het vliegtuig en huur ik daar vervoer? Kán ik eigenlijk wel op vakantie? Geen idee of ik daar straks het geld voor heb. Nu bulk ik er van. Het potje is uitgekeerd en staat op mijn rekening. Het is leuk je saldo checken zo. Nooit eerder had ik zoveel cijfers voor de komma. Goed dat bijna alles straks in het huis verdwijnt, ik zou er zo maar aan kunnen wennen. ‘Ga je veel aan het huis doen’, zo vroeg verkoper laatst. Nope, dat ga ik niet. Het huis heeft al genoeg van zichzelf om mij gek te krijgen. Ook is het budget behoorlijk beperkt. Veel verder dan wat schilderen zal ik vooralsnog niet komen. Niet erg, want hoe creatief word je niet met weinig middelen. Wel kocht ik inmiddels een tafel. Oud, fout en wit. Met metalen onderstel en houten blad. Ook nog inklapbaar. Al weken cirkelde ik er om heen. Zal ik wel, zal ik niet. En zo geschiedde.

De appeltaart geurt weldadig. Staat uit te dampen op het aanrecht. Oef. Zou zo mijn neus er in kunnen steken. Met één man gamend op zolder en eentje languit met hele dikke ontsteking in knie op bed, zou ik het kunnen doen ook. Die hele taart soldaat maken en dan de rest van de middag uitbuiken op de bank. Het schiet even door mijn hoofd. Maar nee, nee en nog eens nee. Moet ik vanavond weer met een meer dan verzadigd gevoel op die fiets. Het is al deprimerend genoeg zo tussen dat wasgoed. Zuchtend hijs ik me overeind en leg een schone theedoek over de appeltaart. Ik ga wat nuttigs doen.

Mijn lijstje. Wat staat er nog meer op? Wasmachine, droger, koelkast en televisie. Getver. Zo helemaal geen zin in. Wat kan mij het schelen wat er staat. Als het maar werkt. Houtkacheltje? Jaaaaaaaa. Zo niet nodig, maar te leuk. Mijn missie is duidelijk voor vanmiddag.