12. jan, 2016

Boodschap

Het schuldgevoel loopt in straaltjes bij me neer. Onzekerheid maakt zich van me meester. Doe ik er goed aan om kind, ondanks migraineverschijnselen, naar school te sturen? Ben ik echt zo’n ontaarde moeder als hij me doet geloven?

Hij komt te laat zijn bed uit. Na aandringend roepen van mij komt hij beneden. Bleker dan bleek. Eet snel zijn brood op en rent naar de douche. Om vijf minuten later met handen voor zijn ogen beneden te komen. ‘Ik zie vlekken.’ Alarmfase 1. Ik pak een anti-migraine pil en geef het stilzwijgend. Zwaar zuchtend gaat hij zitten en veinst pijn. Veinst? Ja, dat denk ik. De vijf minuten daarna heeft hij namelijk genoeg energie om mij er te van overtuigen dat hij ziek is. Niet kan fietsen. Niets kan zien. Ik duik onder douche en denk na. Dat wat ik voel is boosheid. Overdrijft hij? Ik houd voet bij stuk en zeg dat hij naar school moet. Ik hem in ieder geval niet ziek zal melden. Hij kiest eieren voor zijn geld en roept nog hard dat hij hoopt dat hij er alles onder zal spugen. Hij  is weg. Ziedend.

Ik ga met Bram aan de wandel. Stamp over het fietspad richting park. Ineens een stuk minder zeker van mijn zaak. Wat als hij wel echt ziek is? Bram heeft het zwaar te verduren. Mag niet aan ieder grassprietje ruiken. Ik trek ‘m mee. Voel het nog altijd borrelen in mijn lijf. Ik app ondertussen naar het boze kind. ‘Was je op tijd?’. Dat is hij. Ondanks migraine breekt hij zijn persoonlijk record op de 7 kilometer die hij moet fietsen.

Oef. Ik slaak de zucht der verlichting. Kom ik hier even goed weg. Het kind zit de rest van de dag op school braaf uit. Laat zich drijfnat regenen en stapt desondanks blij binnen. ‘Hoi mam. Ik ben nat. Ik ga douchen.’ Als ik even later terug kom van de winkel met een zware tas, pakt hij die snel van me over. De boodschap is overgekomen.