11. jan, 2016

Verschil moet er zijn

Hoe lekker is dit. Gedoucht, languit op bed met laptop. De dag overpeinzend. Net weer op zolder gefietst. Met frisse tegenzin, dat wel. Want hoe fantasie- en vreugdeloos is het fietsen tussen het wasgoed. Toch doe ik het. Droom van strakker lijf en een knie die meer in balans is. Een hijgende Bocelli in mijn oor maakt het plaatje compleet. Stram en stijf trap ik de eerste kilometers weg. Die eerste tien minuten zijn nooit mijn beste. Daarna lijk ik op stoom te komen, om na drie kwartier genadeloos in te storten. Hijgend en zwetend klim ik van de fiets. Rek en strek wat. ‘Goed gedaan mam.’ Mijn hart maakt een huppeltje. Want ook al doe ik het voor mezelf, die veer voelt gerust lekker.

De dag begint uitermate ontspannen. Met vandaag op de agenda het grote opruimen. Eens zal ik toch echt gaan en spullen moeten worden uitgezocht. Ik begin bij de kast met het linnengoed. Wat neem ik mee, wat laat ik hier. Wat moet gewassen, wat kan weg. Beautycases vol met spullen die ik never nooit gebruik. Gekregen voor verjaardagen,  voor Sinterklaas. Make-up waar ik het bestaan niet van af weet. De keuze is dus gauw gemaakt. Het kan weg.

Tussen het linnengoed ligt een babysjaal. Wit met blauwe streep. Oef. Die komt binnen. Het is van mijn kind. Ik gooi ‘m bij de was. Slik snel een snik weg. Gek was en ben ik op een bretonse streep. Helemaal bij een jongetje dat net kan staan. Zijn bolle buikje in tuinbroek vooruit. De mollige zachte voetjes wat verkrampt zodat hij blijft staan. Hoe blij was ik toen hij eindelijk ging lopen. Hij sprak  eerder dan hij liep. Las eerder dan dat hij zindelijk was. Krap 4 jaar was hij toen hij zei: ‘Kijk hier is de Achterburgergracht.’ Huh, hoe weet jij dat?, zo vroeg ik verbaasd. ‘Nou, dat staat op dat bord daar.’

Een bijzonder kind. Dat is hij. Met een heel groot hart. Maar godallemachtig, wat is hij lui. Aartslui. Niet vooruit te branden. Zijn vriend loopt - om geld in te zamelen – vandaag een kwart marathon. Mijn bijzonder exemplaar ligt languit op bed en krijgt nog maar net zijn duim omhoog als ik zeg dat zijn vriend het gehaald heeft. Verschil moet er zijn. 

Het linnengoed is uitgezocht. In stapels ligt het op onze slaapkamer. Gek gezicht. Exmanlief vraagt zoetjes waar hij zijn blauwe stickers op mag plakken. Ik kijk hem vragend aan. Ik heb vast iets gemist. 'Dan weet je wat van mij is.' Hij kijkt grijnzend terug. Wat een geluk dat wij zijn zoals wij zijn. We elkaar de wereld gunnen. Getrouwd of niet.