3. jan, 2016

Ander huis

Op zaterdag een spannend moment. Zo voelt het. Mijn kind voor het eerst in het andere huis. Ik wil wat opmeten en kijken wat waar zal komen. Hij kijkt rond. Onwennig maar wel nieuwsgierig loopt hij achter me aan naar boven. Ik laat ‘m zijn kamer zien. ‘Klein’, zo luidt zijn oordeel. Ik spreek hem niet tegen. In de andere kamer licht hij even op. ‘Waarom krijg jij die grote?’, zo vraagt hij tussen neus en lippen door. Tja. Waarom krijg ik die grote. Omdat, lieve lieve schat, ik toch zeker hoop ooit weer eens tegen een nieuwe liefde aan te lopen. En dan zal ik een tweepersoonsbed nodig hebben. Hij begrijpt het. ‘Maar dat is toch nog niet?’

Ik schrijf de maten op een blok en denk er ondertussen over na. Want waarom zou ik eigenlijk die grote kamer nemen? Een tweepersoonsbed past ook in dat andere kamertje. Een linnenkast, een spiegel en ik ben klaar. Ja, het is krap. Ik zal het niet ontkennen. Maar het enige dat ik er zal doen, is slapen. Hij zal de komende jaren veel meer op zijn kamer zijn. Muziek luisteren, tv kijken, gamen en oh jongens, misschien zelfs wel studerend. In mijn hart heb ik de keus al gemaakt. Maar ik zeg nog even niets. Ga thuis eerst nog wat passen en meten en op zoek naar een twijfelaar voor hem. Met leuk oud tafeltje als bureau.

Hoe goed blijft het huis voelen. Ja, natuurlijk zie ik dingen die ik anders wil. Andere kleuren, mogelijk de vloer wit geschilderd. Zie ik hoe de deuren klemmen of zelfs niet dicht kunnen. Op sommige muren zou ik hout willen. Zodat ik zelf iets op kan hangen en het huis niet zo hol klinkt. Hoop ik op ooit andere tegels in de badkamer. Een andere wastafel met grote spiegel. En ja, natuurlijk een granieten aanrecht.

Maar hoe bijzonder. Mijn kind loopt en staat er. En hoe goed past hij in dat huis. Overal hoge plafonds. 2.88 meter zo wordt er gemeten. Kan ik eindelijk lampen aan een draadje ophangen. Waar mijn grote mannen onder door kunnen lopen. Weer ervaar ik zo'n gekke ‘rust’. Een rust die ik ooit eerder voelde. Het gevoel van thuis zijn.

Mijn handen beginnen te jeuken. Had ik alvast maar de sleutel. Want dat dit huis ons huis is, is mij duidelijk. Ondertussen zie ik van alles. Zijn het toekomstbeelden? Of beelden zoals ik het zou willen? Ik schud ze van me af. Ik weet genoeg.