20. dec, 2015

Zondag

Het is zacht buiten. Heerlijk zacht. Veertien graden geeft mijn mobiel aan. Zit je dan met je kerstboom. Gelukkig heb ik geen nepsneeuw op de ramen gespoten. Iets wat ik ooit nog wel eens deed. Onder het mom ‘leuk voor het kind’. Maar dan met name voor het kind in mij.

Ik ga naar buiten met Bram. Vermijd het park. Het is er op zondag altijd druk. En om nou de hele tijd de akela uit te hangen of noodgedwongen Bram van mensen af te plukken: vandaag even niet. Ik kies voor een alternatieve route en zak vervolgens tot mijn enkels weg in de modder. Gelukkig loopt Bram los anders gleed ik ongetwijfeld leuk op mijn buik achter hem aan. Een hardloper passeert me. Ik wissel een blik van verstandhouding, want door zijn loshangende oortjes hoor ik een grote Italiaanse vriend zijn longen uit zijn lijf brullen. Een golf van herkenning overspoelt me. Ik wil naar huis. Hard trappen op mijn fiets, zijn muziek in mijn oren.

Maar thuis staat in de garage een nieuw fenomeen. Een kastje. Dat roept om mijn schuurpapier, mijn kwast en mijn tijd. Gister op de kop getikt, voor het wereldbedrag van € 12,50. Geen idee of het in mijn huis past, maar dat zie ik dan wel weer. Ik sta voor een dilemma. Fietsen of kastje? Ik kies voor het laatste en vul er de rest van mijn zondag mee. Hoe blij kun je van iets worden. En moe. Want met de wind om je oren staan schuren en schilderen in de tuin, valt dan weer niet zo mee. Bovendien moet ik extra netjes schilderen. Ik heb – hoe lui kun je zijn - de nieuwe tuintegels van manlief immers niet afgedekt en loop dus het risico, dat mocht er een druppeltje verf vallen, hij mij richting een oord verwenst waar het een stuk minder gezellig is. In de garage schilderen is geen optie, want daar kan ik, dankzij de reeds aangekochte spullen, mijn kont ook al niet meer keren. Met de tong uit mijn mond werk ik dus zo netjes mogelijk. Bij de laatste verfstreek kijk ik voldaan naar het resultaat. Waanzinnig is ie. Al zeg ik het zelf. Omdat mijn slag vandaag een Franse is, heb ik meteen ook maar de hele binnenkant geschilderd. Kon ik tenminste alles raken. Daarbij zitten er glazen schuifdeurtjes in en dan kijkt het wel zo leuk naar binnen. Nu nog ergens een gaatje boren voor een klein lampje, zodat we ook kunnen zien wat er zich achter de glazen deurtjes bevindt.

Met rode wangen plof ik na afloop met laptop en kop thee op de bank. Eindelijk is het tijd voor hem. Bocelli. Zachtjes kabbelt hij mijn kamer binnen. En waar de meeste mannen niet in slagen, lukt hem wel. Hij krijgt me stil.