17. dec, 2015

Eindbestemming onbekend

Altijd leuk. Thuis werken via een online verbinding met kantoor. Maar, dan moet er geen ruis op de lijn zijn. Grrr. Aan het bureau boven word ik er continu uitgeknald, waardoor ik om de paar minuten opnieuw moet inloggen. Als ik beneden zit en eindelijk eens even meters kan maken, komt kind thuis. Hangend over zijn stuur, in een moordend traag tempo. Hij valt niet om en gaat niet achteruit. Dynamisch is anders. Het is eigenlijk een wonder dat hij thuis is gekomen. Kindlief, bij gebrek aan goed internet boven op zijn kamer, schaart zich tegenover mij ook aan de keukentafel. Strekt zijn lange benen op stoel naast mij. Zet laptop van zijn vader aan, doet oordopjes in en eet een koekje. Ik hoor harde muziek, zie vanuit mijn ooghoek telkens lichtflitsen en hoor hem genietend kauwen. Ik moet nog wat afmaken, verbijt mijn ergernis, want oh goden, ik kan me niet afsluiten. Hoor en zie immers altijd alles. Ik bijt op mijn lip om niet uit mijn slof te schieten. Want eigenlijk is het best gezellig, zo samen aan tafel. Maar nu dan even niet. De koek is op. “Jij ook wat lekkers mam?” “Neeeee”, zo wil ik krijsen. Maar schudt alleen met mijn hoofd. In mijn buik zit namelijk al het een en ander. Meer dan genoeg zelfs. Ik sluit mijn computer af. Kijk nog even vertwijfeld naar de stapel die ook nog moet. Mensen die net als ik nog het liefst dit jaar hun huis op naam willen.  

Ik krijg een mail van de advocaat. De stukken liggen klaar. Ik kan ze op komen halen. Oef. Eén en één is twee. Als we de beschikking inschrijven bij de gemeente is de echtscheiding een voldongen feit en kan ons huis op naam worden gezet van echtgenoot. Ik maak afspraak bij gemeente, mail advocaat dat ik aan het einde van de middag langs rijd. Kan ik op de terugweg mooi wat gaan eten met vriendin. Om het te vieren? Nee. Er valt niets te vieren. Hooguit dat het leven leuk genoeg is en alles godzijdank zo soepel is verlopen. Nou ja soepel. So to speak. Ik kan immers nog altijd met hem door dezelfde deur. Word iedere morgen naast hem wakker. En eigenlijk, eigenlijk had ik dat best vol kunnen houden tot de dood ons scheidt. Maar, maar, maar. Altijd maar die maar. Ik wil immers anders. Meer, maar vooral anders. Hoe? Tja. Dit is de eerste stap. Als ik een tomtom had, zou ik ‘m instellen. Met als eindbestemming onbekend.