13. dec, 2015

Licht

Licht in mijn lijf. Vederlicht. Gisteren financiering bij de bank rondgemaakt. Nu nog dat spaarpolispotje open zien te breken en de akten kunnen getekend. De hypotheekadviseur van de bank laat me wat staafdiagrammen zien. Ik kijk er wazig naar. Toch kan zelfs ik lezen dat ik de hypotheeklasten straks gemakkelijk kan dragen. Oef. Gemakkelijk nog wel. Met vier dagen werken. Hoe heerlijk is zo’n historisch lage rente. Ik prik ‘m meteen vast voor 20 jaar. Straks een lekker huis met weliswaar dat kamertje tekort, maar met tuin waar een pipowagen in past. ‘Pipowagen?’, zo roept echtgenoot verschrikt. Ja, een pipowagen. Dat lijkt me namelijk wel wat. Zo’n wagentje met een rond dak. Fris in de verf, met bureau, boekenkasten en kacheltje. Als extra kamertje. Om in te werken of ooit dat ene boek te schrijven.

De kerstboom is gekocht. Slik. Het zal waarschijnlijk de laatste zijn die we samen kopen. Het blijft een gek idee. Maar het is wel zoals het is. De tranen hebben rijkelijk gevloeid de afgelopen jaren en het is de hoogste tijd voor wat meer lichtvoetigheid in ons bestaan. Hoe zullen we er volgend jaar bij zitten. Ik droom weg. Misschien allebei moederziel alleen met een sneue kerstboom. Ineens smachtend naar elkaar. Misschien ook niet. Hebben we een nieuw gezin om mee rond de kerstboom te zitten. Ook dat is een gek idee. Alhoewel. Dat is niet helemaal waar. Want heimelijk heb ik altijd gedroomd van een groot gezin. Met veel aanloop, veel reuring. Veel jonge mensen, met grootse toekomstplannen. Waar ik dan samen met hun woest aantrekkelijke vader van een afstandje van kan genieten. Die ik mogelijk zelfs kan begeleiden in hun zoektocht naar de zin van het leven. Mogelijk zeg ik. Zelf zoek ik die immers ook nog. Hoe graag had ik dat grote gezin gehad. Maar wat niet is, kan komen. Wat je uitstraalt, trek je aan. Om maar eens met een paar tegeltjes in huis te vallen. Heb ik aan één pipowagen in the backyard straks niet eens genoeg.🤨