19. nov, 2015

Verdriet

De moeder van mijn collega is overleden. Twee weken na de onheilstijding is het klaar. Op kantoor praten we er over. Een ieder van ons kent inmiddels zijn eigen verdriet, het gevoel om één van je ouders te verliezen. De pijn in je lijf bij het nieuws dat ze niet meer beter worden, dat je onherroepelijk afscheid moet nemen. En hoe bijzonder gaat mijn collega met dit alles om. Ze verzorgt haar moeder, ligt ’s nachts naast haar in één bed. Maakt morbide grapjes, maar kent een innerlijke rust waar ik stinkend jaloers op ben. Ze heeft verdriet, maar accepteert de naderende dood als een natuurlijk gegeven. Nooit had ze ruzie met haar moeder en ze heeft eigenlijk altijd wel tegen haar gezegd wat ze wilde zeggen. Hoe mooi kan het zijn.                                               

Hoe fout was het in Parijs. Terwijl de één ligt te vechten om nog wat langer bij haar geliefden te mogen zijn, besluit een ander om moedwillig mensen te doden. Uit naam van een god, uit naam van zichzelf. Het doet er niet toe. Hoe kun je, hoe durf je.

Al die ellende maakt mijn problemen ineens een stuk minder erg. Relativeren wordt ineens een piece of cake. Want waar maak ik me druk over? Over geld, het financieren van mijn nieuwe stulp? Wat voor kleur ik straks op de muur wil? Terwijl er iedere dag duizenden vluchtelingen op zoek zijn naar een beter bestaan, naar gewoon een dak boven hun hoofd, staat het huis van mijn buren al een jaar gewoon leeg. Helemaal leeg. Met iedere avond en ochtend een keurig lampje aan om inbrekers te weren. Omdat ze nu in een ander huis wonen en dit huis tegen een flinke prijs willen verkopen. Ik verbaas me er dagelijks over. Wat een verspilling en wat een decadentie. Ik heb gevraagd of ik het mocht huren. Het antwoord moet ik nog krijgen.

Zo vaak vraag ik me af waarom dingen zijn zoals ze zijn. Waarom mensen doen wat ze doen. Het antwoord krijg ik toch niet. Laat ik in godsnaam gewoon mijn eigen leven leven. Vanuit mijn hart, vanuit mijn ik. Met af en toe wat nuchter verstand. Ik heb te eten, te drinken. Een dak boven mijn hoofd. Ik heb lief en er wordt van mij gehouden. Eigenlijk heb ik zo veel. Misschien is dat nou wel het hele probleem.