5. nov, 2015

Wachten

Het houdt wat. Wachten. Ik ben er niet zo goed in. Wachten op het één, wachten op het ander. Soms is het handig. Geeft wachten je uitstel van executie of juist dat zo broodnodige moment van bezinning. Maar die bezinning heb ik nu genoeg gehad. Ik wil door en mijn leven weer oppakken, daar waar ik mijn hart ooit liet vallen.

Mijn huis aan de Dorpsstraat is nog altijd het huis waar ik denk te gaan wonen. Een goed gesprek met de eigenaar gaf me een goed gevoel. Doorslaggevend was echter het grote raam in de keuken waar we zaten tijdens het gesprek. Ik kon mijn ogen er niet van af houden. Alhoewel het buiten donker was, gaf dat raam me een gevoel van vrijheid. Alsof het me zicht gaf op iets, wat ik niet kan omschrijven. Ik zal aan het doorslaan zijn. Aan het zweven. Vast het gevolg van jaren dolen in mijn eigen schemerige wereld. Met veel werken, veel nadenken en steevast een hoofd vol beelden, woorden en gevoelens. Waar ik geen weerstand aan kon bieden en waardoor ik telkens weer hetzelfde cirkeltje doorliep. Hoogste tijd om die cirkel te doorbreken. En open te staan voor al het nieuws dat op mijn pad zal komen. Een nieuw pad met een nieuw, maar heerlijk oude voordeur. In een huis dat al 100 jaar oud is. “Een huis met een ziel”, zo omschreef een moeder van een vriend dat laatst op een verjaardag. Maar ook een huis met een “buiten”, een diepe achtertuin. Waar mijn blonde vriend heerlijk kan stappen.

Mijn makelaar kan er pas volgende week dinsdag terecht. Voor een bezichtiging, voor een waardebepaling. Ik heb al lang al een waarde in mijn hoofd. Zo ook de eigenaar. Al net zo een open boek als ik. Ik wacht echter af. Lijdzaam. Onder protest. Maar neem ondertussen steeds wat meer afscheid van mijn nu.