25. okt, 2015

Toeval bestaat niet

And the story goes on.

Mijn bod werd simpelweg afgewezen. Te laag, aldus makelaar. Ik heb het er bij gelaten. Kon het gevoel dat ik had bij de tweede bezichtiging niet van me afschudden. Het was mijn droomvilla helemaal niet. Het had potentie om het te worden. Maar was het nog lang niet. ‘Verlatingsangst’, zo noemde mijn collega het. Bang om man en huis te verlaten? Het zou zo maar kunnen. Maar toch tekende ik gisteren in alle vroegte alle papieren. Die ik persoonlijk deze week bij de advocaat zal afleveren. Natuurlijk voel ik van alles. Zal ik huilen bij de gedachte dat ik straks voorgoed de drempel over ga.  Maar hij blijft in mijn leven. Omdat we vrienden zijn. En wel voor het leven.

Hoe blij ben ik nu dat mijn bod werd afgewezen. Want gisteren, gisteren gebeurde er iets. Iets groots, zo lijkt het. Samen met vriendin bekeek ik namelijk een modern huis in een keurig rijtje ergens in het dorp. Met veel ruimte. Voor kind en hond. “Jij hebt oog voor detail”, zo zei de makelaar. Inderdaad, en daarom neem ik iemand anders mee voor het grotere geheel. Want het huis boeide me matig. Wel vond ik dat ene kastje leuk. En de gekleurde biertafel tegen het plafond van de garage. Ook een huis met potentie. Maar niet voor mij. Zo stelde ik al vast. Het huis rook naar eten. En geen lekker eten. Terugrijdend van een boodschap rijden we langs een klein oud huisje. Aan de Dorpsstraat, twee dorpen verder. Ik had er ooit al eens gekeken, toen ik nog niet wist of ik überhaupt kon kopen. Wat een leuk huis en wat een waanzinnige tuin. Maar wel met een kamertje tekort. Ik stop even om het aan vriendin te tonen. Een paar minuten later staan we in het huis. Uitgenodigd door de eigenaar, die ongetwijfeld het verlangen in mijn ogen had gezien. Het staat al een jaar te koop en zij gaan half december verhuizen. “Dan gaan we het wel verhuren.” Oef. Oef. Oef. Hoe lang denk ik hier al aan. Om te vragen of ik het niet tijdelijk kan huren? Totdat bij mij alles rond is en ik weet of het huis inderdaad is wat ik wil? Impulsief steek ik mijn vinger op. “Verhuur het maar aan mij." Ik stotter en kom niet meer goed uit mijn woorden. Met zijn telefoonnummer op zak rijd ik met rode wangen weg. Iets in mij zegt dat dit het is.