30. sep, 2015

Sterk

Fietsen verleer je niet. Nee, dat klopt. Maar je hebt fietsen en fietsen. Ik fiets in de regel hard. Tenminste, dat houd ik mezelf voor. In strak wielerpak stoom ik als een malloot door de polder hier. Pak regelmatig daarbij het kustlijntje mee. Nou ja, dat deed ik. Want laatstelijk heb ik niet zo heel veel meer gefietst. En dus staat nu het buikje bol, zijn de beentjes niet meer gespierd en is mijn conditie ver onder nulpunt. Hoogste tijd om weer wat te doen. Nog even en dan ben ik weer single. Dan toch het liefst zo strak mogelijk in het pak. Dus moet er wat gedaan worden. Lopen met blondie in het park en veel fietsen. Zondag hees ik me al op het zadel. Toen ook om huisjes te bekijken. Vandaag dan maar weer eens die polder in. De eerste meters gaan soepel. Zwijmelend kijk ik naar de groene weiden. De blauwe lucht. De vele, vele vogels die in grote zwermen boven mijn hoofd vliegen. Ik heb dit gemist. De wind in mijn haren, de zon op mijn bol. Mijn lijf dat weer eens wat moet doen. Mijn hoofd dat zo vaak op volle toeren draait en nu in rustiger vaarwater lijkt. De papieren zijn bijna rond. Wat puntjes op de i, tekenen en dan indienen. Spijkers met koppen hebben we geslagen en de stappen die we nu zetten, zijn ineens groot. Grotemensen-stappen. Ik voel me sterk. Ook al is er die twijfel waar ik terecht zal komen en wie er ooit naast me op de bank zal zitten. Ik heb er wel zin in. Zin om verder te gaan. Te ontdekken wat het leven nog meer voor me in petto heeft, welke paden ik zal bewandelen. Zo dromend op die fiets ontdek ik dat ik mezelf misschien wel beresterk voel, maar dat vooralsnog niet ben. Want goden, na 20 kilometer hard tegen de wind in trappen, zit ik stuk. Krijg ik de trappers nog maar moeizaam rond en baal ik dat ik geen bidon heb meegenomen. Met de tong tussen mijn spaken rijd ik mijn pad op. Dorst en honger heb ik. Ik duik de koelkast in en pak wat ik pakken kan. Kaas, crackers en melk. Ik prop het naar binnen. Neem vervolgens met bezweet lijf plaats in de zonnige achtertuin. Fout boek in de aanslag. Hoe lekker kan het zijn. Met moe lijf, leeg hoofd en vol hart, languit in de tuin. Natuurlijk val ik in slaap en word rillerig wakker. Snel een warme douche en daarna een dik vest aan. Ik moet nog van alles. Boodschappen doen, hond uitlaten, koken en zelfs nog werken. Was nog van de lijn en was nog in de machine. Maar dit was lekker. En pakken ze me niet meer af.