25. sep, 2015

Halt

‘Wat een gezeur op niets af’. We zijn het eens. Mijn kind en ik. Drie kwartier zijn we onderhouden over zijn kleine misser van een aantal weken geleden. En we zijn er nog lang niet. Er moet een excuusbrief komen, hij moet nog minstens een keer terugkomen en zijn straf zal worden uitgerekend aan de hand van zijn vergrijp. En, ohohoh, vindt hij het niet absoluut verschrikkelijk dat zijn ouders zo teleurgesteld in hem zijn? Het woord absoluut valt wel tien keer in het gesprek. Ik krijg er kippenvel van. Maar geen goede. De dame ratelt maar door. Dat vindt ze zelf ook gelukkig, want ook dat noemt ze tien keer op. Ik kijk eens goed naar de dame. Ze is zeker 20 jaar jonger, buitengewoon zeker van zichzelf en, zo concludeer ik, ze zou een bijzonder goede actrice zijn. Ooit had ik zo’n buurvrouw. Eentje die toneelspeelde. In het dagelijks leven, maar ook op het podium. Eigenlijk was het hele leven haar podium. En dan de nadruk op haar.

De misser was er. En moet bestraft. Ik ben het er mee eens. Maar is vier uur in een politiecel niet al genoeg straf voor een kind van 15? Een verhoor in het bijzijn van een advocaat? Een winkelverbod van een jaar? Voor het meenemen van een chocoladereep..? Gelukkig werd hij gepakt. Het zal hem nog lang heugen. Maar wat een kolder achteraf. Kijk naar dat kind en je weet genoeg. Geef ‘m een waarschuwing en laat het daarbij. Valt hij in herhaling is het vroeg genoeg voor strafmaatregelen van hogerhand. Of hij straf van zijn ouders heeft gehad? Nee. Geen straf. Wel een goed gesprek, een dito knuffel en de belofte dat dit eens maar nooit weer is. Zaak gesloten.

Gelukkig is de visboer dat niet. Warme vis? Ik kijk opzij. Zijn ogen lichten op. ‘Lekker mam’.