21. sep, 2015

Zondag

Het heet het goede leven. Glas rode wijn naast mijn laptop, het eten pruttelend op het vuur. De hond uitgeteld aan mijn voeten. Vandaag wel twee keer het park rond en zojuist een volle bak met voer. Relaxed dagje vandaag, zo constateer ik genietend. Ik heb uitgeslapen, laat ontbeten met een zo waar voor zijn doen vroeg wakker kind. Manlief is een weekje richting zon en ik heb het huis samen met kind voor mij alleen. Hoe lekker is dat.

Ik zit buiten. Met de nieuwste VT wonen in een zacht zonnetje. Mijmerend. Dromend. Over de al net zo lekkere dag van gisteren. Met een espresso binnen handbereik bekijk ik mogelijke interieurs. Af en toe hijs ik me overeind en stap ik de tuin rond om onwelkom groen voorgoed te elimineren. Grassprieten tussen de tegels, niet bedoelde plantjes in de borders. Ik trek ze er uit. Hoe lang zal ik dit nog doen? Het vliegt even door me heen.

Mijn blauwe kast staat te pronken in de garage. Vandaag nog wat plekjes bijgewerkt. De laatste schroefjes er in gedraaid. Geen idee in welk huis - laat staan in wat voor kamer - deze kast zal komen te staan. Maar een blik op de kast en ik word blij. In gedachten staat mijn stenen beeldje onder stolp al in het midden. In de glazen kastjes glimmend gepoetst zilverwerk. Een paar mooie antieke boeken in het grote schap. Met in de laden mijn serieuze papierwerk. Onderin wil ik de televisie. ‘Lastig kijken hoor’, mompelt manlief, ‘zo richting grond’. Tja. De televisie in onze huiskamer hangt hemelsgroot te hangen. Het kijkt heerlijk. Het is waar. Maar wat is dat ding lelijk.

De week op kantoor sluit ik af met een stuiterend hoofd. Wát een week. Beroerder dan deze heb ik het niet zo vaak gehad. Snipverkouden was ik. En de week er voor heb ik zitten snurken. Gelukkig zijn de missers die ik heb gemaakt te herstellen en moet mijn baas er om lachen, maar wat koop ik er voor? Nou ja, ik koop er wel iets voor. Voor zowel koper als verkoper in een dossier koop ik een gezellig koekjesensemble bij onze plaatselijke bakker. Met veel toeters en bellen ingepakt. Als goedmakertje voor al dat gesnurk. Nee, dat hoef ik niet te doen, maar dat wil ik wel. Al is het maar om mezelf koest te krijgen.

De rek leek er dus even uit. Ik hou van reuring, maar blijkbaar was het te veel. Het gedoe in zakelijk en privé. Alle keuzes. Al gemaakt of die ik nog moet maken. Zoveel lol is er namelijk niet te beleven aan het invullen van een ouderschapsplan of de verdeling van bezit. Bezit. Pff. Gezeur om geld zul je bedoelen. Want dit hele leven hangt van dat beroerde geld aan elkaar. Ik ben er in de regel wars van. Heb niets met geld. Nooit gehad en zal het nooit krijgen. Maar ook ik snap dat wil ik straks een knap dak boven mijn hoofd hebben en genoeg eten op mijn bord, ik er serieus mee om moet gaan. En dat doe ik. Bloedserieus. Het maakt me kriegel. Chagrijnig ook. Want van al het denken word ik tureluurs. Zal blij zijn als ik straks in mijn eigen kabouterhuis en dito tv met rode puntmuts op de bank zit. Gewoon te zijn wie ik wil zijn. Met kind, hond en god mag weten wie nog meer.