10. jul, 2015

Time will tell

Van Spaanse wijnmaker tot knuffelchirurg. Ik ben er vandaag zoet mee. Zoek plaatjes en schrijf teksten. Tussendoor praat ik. Met mezelf (want zit alleen achter laptop) of chat ik via de app met mensen om mij heen. Wat een uitvinding is dat ook. Dat online chatten. Meteen interactie en het kost je niets. Als ik vroeger wilde bellen met vriendinnen, stond mijn moeder al na een paar minuten wild op haar pols te tikken. Of het nog lang duurde. ‘Wat denk je dat het kost?’ Mijn zoon skypet zich de laatste weken suf met zijn vrienden. Hele verhalen gaan over en weer. Hij appt, facetimet, snapchat, instagramt en facebookt en weet ik veel allemaal. Ik loop daarin hopeloos achter. Mijn Italiaanse neef – het blijft een lekker ding, maar ook klein van stuk – appt een gezinsfoto en wisselt de laatste nieuwtjes uit over zijn moeder. Hoe klein is de wereld geworden. Afstanden bestaan niet meer. Alleen als je een stuk moet lopen met de hond en je hebt bijvoorbeeld last van je voet. Dan wel. Is het van mijn huis tot aan einde park, toch nog een behoorlijk eind.

Voor mijn redactionele bezigheden surf ik de hele wereld over. Goed voor mijn talen, goed voor mijn Italiaans ook. Zo kwam er vorige week een Italiaan langs op kantoor. Hij was abuis op ons notariskantoor beland, maar ik stond hem keurig te woord. Het viel mij mee hoe soepel het ging. Misschien omdat het een charmant heerschap was? Ik praat immers nooit meer Italiaans (behalve op vakantie en af en toe op de app) en mijn laatste schreden op de universiteit waar ik Italiaans studeerde, dateren ook al weer van 25 jaar terug. Slik. ‘Hoorde ik jou nou net Italiaans praten’, zo vroeg mijn baas verbaasd. Jip, that was me. Toch lekker als het lukt. En voor een buitenstaander die het niet spreekt, lijkt het altijd heel wat. Ook weer zo. 

Bijna vakantie. Bijna even niets meer. Niet schrijven, geen akten maken. Even time-out. Beetje fietsen, beetje naar het strand. Veel boeken lezen, veel languit. Langs familie, langs vrienden. Even niets aan mijn hoofd. Nou ja, niets. Dat dan weer niet. Ik heb genoeg aan mijn hoofd. Maar alles valt langzaam op zijn plek. Berust ik in veel met af en toe een kleine vlaag van paniek. Het komt goed. Stap voor stap. Eerst het één, dan het ander. Het komt goed.