18. jun, 2015

Strohalm

Roerige tijden in mijn bestaan. Niet alleen heb ik het druk met werken (maar what’s new) en stuitert mijn kind zich door zijn laatste en beslissende proefwerkweek, maar ook loop ik beroerd en is mijn gehavende vinger nog altijd gehavend.

De vinger is het resultaat van mijn val van de trap laatst ja. Een foto wees niets uit en het zullen ‘dus wel je banden zijn’, zo riep de huisarts. Dat kan zo maar een jaar gaan duren. Huh? Een jaar? Ja, en rust nemen als het nodig is. Nou, dat laatste is vanaf de val – inmiddels 6 weken terug – nog niet helemaal gelukt. En zal voorlopig, met een nieuwbouwproject op kantoor en nog wat schrijfwerk thuis, ook niet lukken. Dus blijft ie dik en verschijnt er af en toe een venijnig rood plekje op het scharniertje. Maar goed, ik heb nog 9 vingers, dus met eentje minder, gaat het leven gewoon door.

Waarom ik beroerd loop? Iets schoot in mijn kuit vorige week. En dat iets wil er niet meer uit. Net als ik denk dat het beter gaat en ik dapper met blondie richting park stap, voelt het alsof mijn spier afscheurt en kan ik met goed fatsoen het ene been niet meer voor het andere zetten. Blondie heeft echter niets in de gaten en sleurt me van het ene lekkere graspolletje naar het andere. Als hulphond zou hij niet geschikt zijn, laten we het daar maar op houden. Tot overmaat van ramp rolde hij vanmorgen verheerlijkt op zijn rug door en langs iets net naast de sloot. Zodat het lekker over zijn hele lijf uitgesmeerd werd. Aan de geur te ruiken was het een rotte vis en dat heb ik geweten. Want ondanks diverse poetsbeurten en uiteindelijk maar onder de douche met mijn dure shampoo, heeft hij gezellig de hele dag om en rond mijn voeten liggen dampen. De geur is niet meer uit mijn neus te krijgen. Alles ruikt. Mijn handen, mijn kleren, de gang, de kamer. Fijn zo’n hond.

En ach, mijn kind. Hij heeft het zwaar. Is nog gematigd optimistisch over zijn slagingspercentage, maar zakt er af en toe flink in. Natuurlijk heeft hij het er helemaal zelf naar gemaakt, want met zijn IQ had het niet gehoeven, maar ja. Het blijft je kind en als hij het moeilijk heeft, heb ik dat ook. Dus zit ik languit op bed naast hem mee te tobben over scheikundeproblematiek en hoor ik zijn gezemel over economische begrippen aan. Want economie en ik.. het is niet helemaal gelukkig. Ik heb het op de middelbare school nooit gehad, want koos voor de beta-vakken. Dus kijk ik vooral heel intelligent en houd ik wijselijk mijn mond als zoonlief opsomt wat hij allemaal al weet. Scheikunde gaat me beter af. Maar lieve hemel. Wat is het al lang terug dat ik boven scheikundige reactievergelijkingen zat met mijn neus. Dertig jaar. Minstens. Oeps. Mag ik dan iets vergeten zijn? Toch voelt het vertrouwd. Samen met mijn kind boven de boeken. Eindelijk dan. Ik mocht hem immers nooit helpen. Nu de nood hoog is en de paniek dichtbij, ben ik blijkbaar zijn laatste strohalm. En dat voelt niet slecht. Het voelt zelfs goed. Heel goed.