29. mei, 2015

Heimwee

Ik vlieg van akte naar artikel. En van artikel naar akte. Maar het loopt redelijk. Nog niet als een geolied machientje, maar toch, het loopt. En een boemeltje komt ook wel op de plek van bestemming.

Ik heb leuke dingen in het vooruitzicht. Van het weekend eindelijk weer eens naar een Italië-beurs, volgende week een rondleiding door een wijnbedrijf en als toetje een muziekfestival. Dat laatste gaat me nog wel iets worden. Ik ben niet zo’n festival-ganger. Ik ken de artiesten bijna niet, drink ook nog eens niets teveel en val altijd in een grote menigte ‘weg’. Ben ik in een klein gezelschap vaak het vliedend middelpunt, te midden van veel mensen val ik niet meer op. Word ik stil en kan ik alleen nog maar verwonderd naar de mensen om me heen kijken. Die het wel gezellig lijken te hebben, er nog eentje toenemen en steeds losser worden. Terwijl ik steeds strakker in mijn pak kom te zitten. Waarom ik dan toch ga? Tja. Omdat mijn kind wel heel treffend zei: als je het niet probeert, weet je het ook niet. Omdat de dame die me meevroeg het wel met mij zag zitten daar. Er ongetwijfeld bekenden zullen zijn. En het dichtbij is, zodat ik, mocht ik echt hopeloos met mezelf in de weg zitten, snel naar huis kan op de fiets.

Maar te trappelen van ongeduld sta ik wel voor de beurs. Heerlijk veel Italiaans om me heen. Koffie, salami, truffels, olijven. Wijn, de limoncello’s, pasta, de sieraden, de leren tassen en oh, oh, die prachtige taal. Jarenlang heb ik het gestudeerd, maar ben nu eenmaal geen native-speaker. En juist die natives, geboren en getogen in Italië, oh, die doen wat met me. Die zorgen er voor dat al mijn zintuigen worden geprikkeld, mijn hart als vanzelf open gaat en ik eigenlijk alleen nog maar kan genieten. Van de intonaties, de gebaren, de mimiek. Het wordt een ander verhaal als ze ineens Nederlands praten, met dezelfde tongval als mijn vader. Dan borrelt het gemis in een ijl tempo omhoog. En is het verdriet voor heel even weer net iets te dichtbij.