25. mei, 2015

Keuzes

Het is mooi weer en ik zit languit in de tuin. De tuin is geschoffeld en bewaterd. De hond ligt op apegapen onder mijn stoel. Het boek dat ik lees, raakt me. Het gaat over een vrouw in de Tweede Wereldoorlog. Alleen met haar half demente schoonmoeder en twee jonge dochters probeert ze de oorlog op het Britse eiland Guernsey door te komen. Haar man vecht aan het front en zij krijgt een liefdesaffaire met een Duitse officier. Ze weet dat het niet kan, het niet mag en toch valt ze als een blok. Tot twee keer aan toe lopen de tranen over mijn wangen.

Het boek stemt me tot nadenken. Want, hoe zou ik het hebben gedaan tijdens zo’n oorlog? Zou ik het einde levend hebben gehaald? Zou ik mijn eigen kippen hebben geslacht om aan eten te komen? Zou ik in staat zijn geweest om mijn eigen moestuin aan te leggen? En dan zodanig te onderhouden dat ik er ooit ook maar iets van zou hebben kunnen eten? Zou ik de avances van mijn vijand hebben kunnen weerstaan? Geen idee. Want wat heb ik het eigenlijk goed. Eten en drinken in overvloed. Mijn koelkast puilt uit. Een echtgenoot die ondanks al mijn capriolen nog altijd aan mijn zijde staat. Genoeg geld tot mijn beschikking. Niet één baan, maar twee.

En dat laatste, dat laatste gaat niet zo goed. Ik werk te veel. Veel te veel. Zit de laatste maanden avond aan avond te ploeteren. Al schrijvend of, zoals afgelopen week, akten tikkend op kantoor. Ik offer vrijwillig twee dagen van mijn Pinksterweekend op. Dat dit niet goed gaat, ziet een blinde. Straks rol ik echt een keertje om. Naast al het werk heb ik immers ook nog een gezinsleven. Een sociaal leven. Ik moet een keer nee zeggen en voor mezelf kiezen. Toch kan ik het niet. Noem het plichtsbesef. Of verantwoordelijkheidsgevoel. Noem het zoals je wilt. Maar ik heb A gezegd en dus… Dus ga ik door. Tegen beter weten in. Zoals zo vaak. Zoals altijd eigenlijk. Ik moet een keuze maken, maar kan het niet. Ik stel het uit. Want kiezen voor het één, is afscheid nemen van het ander. Als een vriend maar tevens werkgever mij vraagt waar mijn hart op dit moment ligt, bij kantoor of bij het schrijven, geef ik hem een eerlijk antwoord. En daarmee heb ik mijn keuze gemaakt en is mijn lot bezegeld. Zijn antwoord is plausibel, maar raakt me driedubbel. Hij had het voorzien, voelde het aan en duwt me in één keer over de streep. Goedbedoeld, dat wel. Dat weet ik, dat voel ik. Toch doet het zeer. Want er komt dit keer geen B.