26. apr, 2015

Vakantie

'Mam. Mag ik met een vriendje mee op vakantie?'
Ik hoef niet na te denken. Natuurlijk mag dat. Hij kan het goed vinden met die jongen en diens ouders zijn oké. Waar gaan jullie heen? Naar Turkije. Oef. Dat is lang fietsen. Hoe lang? 8 dagen. Nog veel meer oef. Het zullen lange dagen worden.

Vanmiddag de laatste was gedraaid. Nog snel even een korte broek gekocht. Ik leg de kleren klaar die hij aanwijst. Zijn vader pakt zijn koffer in. Ik zie het opgetogen koppie van mijn grote vriend. Toch een beetje gespannen. Hij is nog nooit zo lang van huis geweest. En ik nog nooit zo lang zonder hem. Ik houd me groot. Ben blij voor hem dat hij mee gaat. Hij heeft er zin in en ik zet mijn gevoelens opzij. Ik wil niet zijn zoals mijn vader. Die, in al zijn liefde voor mij, mij soms zo kort hield. Ik wil vrijheid voor mijn kind, wil dat hij zijn vleugels uitslaat. Proeft aan andere dingen, nieuwe werelden, zijn horizon verbreedt.

We brengen ze naar Schiphol. Zoon met vriend bij mij in de auto, de ouders van vriend bij mijn echtgenoot. Heerlijk om die twee mannen met elkaar te horen praten, mee te horen zingen bij liedjes van de radio. Kan daar zo van genieten. De humor die ze onderling hebben, hun manier van doen. Schiphol nadert. Ik ben benieuwd of ik het droog houd. Dat houd ik. Ik moet op mijn tenen staan om mijn kind een kus te geven. Ik pak ‘m even vast. Hij is onhandig, verlegen bijna. Kijkt me wat lacherig aan. Het is oké. Ik wens ze allemaal een fijne vakantie, schud nog handen, maar moet dan weg. Wil niet zwaaien naar mijn kind. Wil weg. Wil niet denken aan ‘wat als…’. Stap snel de auto in, kijk nog even op naar hem, lach hem toe en rijd dan weg. Hij weet hoe ik me voel, want hij kent me. Maar ik wil niet dat hij ziet dat de tranen over mijn wangen rollen. Dat het natuurlijk verlangen om je kind bij je te hebben, zo sterk is, dat het echt pijn kan doen. Want wat deed het zeer als ik zonder hem in mijn andere huis het weekend door moest. Ik hem op zijn fiets zag stappen, tas in zijn krat voorop. Met spullen voor bij zijn vader. ‘Dag mam. Tot zondag.’ Als messen sneden de woorden door mijn ziel. En niets aan hem laten merken. Hij moest blij en onbekommerd kunnen zijn bij zijn vader. De weken in de zomervakantie leken maanden. Ook al zag ik hem vaak. Omdat hij even iets nodig had of even een kus kwam halen.

Ik rijd verder en verder. Steeds meer kilometers tussen mij en hem. Het doet me denken aan een vakantie een paar jaar geleden. Toen ik steeds verder verwijderd raakte van die ene waar ik zo voor gevallen was. Maar waarvan niemand nog wist. En het verdriet als een te strakke sjaal om mijn nek geknoopt was. Waar steeds iets harder aan getrokken werd.

Hij stuurt app als hij is geland, zo beloofde hij me plechtig. En zal me iedere dag even een berichtje sturen. Het is hem geraden. Maar wat hoop ik dat hij zal genieten. De zon zijn lange lijf zal bruinen. Zijn haren nog veel blonder zal maken. Hij de tijd van zijn leven heeft. De eerste app is al binnen. Stralend naast Ali B. Maak er wat van lieverd. Probeer ik het ook.