24. mrt, 2015

Moeder Teresa

Mijn vriendje heeft een hotspot. En wel eentje onder zijn oor. Pardon, u zegt? Een hotspot. Niet te verwarren met die andere hotspot. Al komt die doorgaans alleen bij vrouwen voor, zo meen ik.

Een hotspot. Wat dat is? Een ontsteking, ontstaan door vermoedelijk een wondje, maar die zich, door heerlijk krabben - en vermoedelijk mijn lieflijke hand - heeft uitgebreid tot een joekel van een plek. Zaterdagmorgen nog ter grootte van een euro, op maandagmiddag al een heel bankbiljet. Grrr. Ik was even nog in de veronderstelling dat ik, als handige sodemieter (in een grijs verleden was ik net zuster Clivia), het klusje zelf wel kon klaren. Met veel gekookt water en schone doekjes depte ik mijn grote harige vriend schoon. Verzorgde de wond en aaide hem liefdevol over zijn kop. Maar deze keer hielp het wrijven niet. Integendeel. Ik wreef de infectie steeds verder. Hij vervolgens lusteloos liep te jammeren en erg droef uit zijn ogen keek. Naar de dierenarts dan maar. Met drie man sterk lagen we op hem. Hij was niet rustig te krijgen. Kreeg van schrik zelfs een snuitje om tegen het blaffen en happen. De plek werd geschoren, goed schoongesopt met een desinfecterend spul en vervolgens ingesmeerd met een hele dikke vette zalf. Spuitje om hem rustig te krijgen en een antibiotica-kuur en lotionnetje mee. Nu mag ik dus echt zuster Clivia spelen. Drie maal daags een lotionnetje opsmeren. Met handschoenen, want het kan bij mensen voor lelijke allergieën zorgen. En twee maal daags een pilletje. Oraal toe te dienen.

Arme Bram. Maar gelukkige ik. Ik mag weer even zorgen. Extra lief zijn en hem vertroetelen. Als het even kan neem ik hem morgen zelfs mee naar kantoor. Ik heb echt mijn roeping misgelopen. Moeder Teresa ben ik. Maar dan in zakformaat. En zeker niet zalig.