8. feb, 2015

Terras

Wakker worden. En voelen dat het niet je dag wordt. Ik heb op mijn buik geslapen. Mijn favoriete houding om in slaap te vallen, maar niet om mee wakker te worden. Want goden, mijn rug. Ergens laag in de wervels zit slijtage. Of een hernia. Maar dat laatste was niet zichtbaar op de scan. Omdraaien gaat niet. Grrr. Doet te veel pijn. Alsof er iemand op mijn rug zit. Ik haal diep adem en adem uit als ik me omdraai. Zijn die weeën dan toch nog ergens goed voor geweest. Want laten we wel wezen, 21 uur puffen en dan, omdat meneer niet wil dalen, alsnog een keizersnee. Mijn keuze was het niet. Nu heb ik er alsnog baat bij. Eenmaal uit bed, kraakt en piept het alsof ik gesmeerd moet worden. Ik voel me geradbraakt. Mijn knie. Mijn rug. Nog even en ik stort helemaal in. Wat een gezeur. Ik verbijt mijn pijn en hobbel de trap af. Richting koffie en hond met vragende ogen. Ik kijk op mijn telefoon. Pff. Het is zondag en nog erg vroeg. Uitslapen en ik. We zijn geen vrienden. Nooit geweest. Komt door mijn vader. Die riep, steevast onder aan de trap, dat ik er uit moest komen. Want, ‘de dag is al begonnen hoor’. Ik probeer het ook af en toe bij mijn kind. Tot op heden geen succes. Met een beetje mazzel strompelt die rond de klok van elf naar beneden. Zonde van de dag.

Ik drink mijn koffie. Check de laatste berichten op mijn telefoon en kleed me langzaam aan. Pijn of geen pijn, hond moet echt een rondje om. Vandaag geen vriendin met hond voor handen. Bram weet het nog niet en hoopt op een genoeglijk treffen in het park met zijn bruine vriend. Hij trekt me over het fietspad. Ik trek woedend terug. Is hij nou helemaal bedonderd? Bram is sterker. Veel sterker. Ik word hier zo chagrijnig van. Pijn in mijn lijf en een hond die ik niet aan kan.
Eenmaal in het park kan hij los. Een verademing. Het is prachtig weer. Ook al is het nog vroeg, de zon schijnt. Ik kalefater langzaam een beetje op.

Na het ontbijt krijg ik ineens vleugels. Het terras in de tuin moet gesopt. Niets dat mijn echtgenoot een tuinontwerp heeft gemaakt met veel, heel veel bestrating, maar ja. Dat moet wel eens in de zoveel tijd geboend. En dan zeker niet met de hoge drukspuit. Nope. Gewoon met bezem en groene zeep. Als je bedenkt dat onze tuin zeker 10 bij 10 is, weet je ongeveer hoeveel er te soppen valt. Het terras is van origine grijs. Maar nu groen.
Ik begin goedgemutst. De zon schijnt. Ik ben lekker buiten. Wie doet me wat? Na drie uur soppen heb ik het lek. Letterlijk. Het terras is opgeknapt. Dat wel. Maar ik heb er zo de pest in. Man, kind en vriend zitten binnen met het mooie weer op de bank tv te kijken. Ze hebben wellicht gelijk. Maar geen hond die mij helpt. Ja, Bram. Van de regen in de drup. Want die bijt in mijn bezem. Likt de groene zeep van de tegels en hapt naar het water uit de tuinslang. Natuurlijk, niemand heeft gezegd dat ik in die tuin aan de gang moet. Dat doe ik zelf. Maar, stiekem hoopte ik op een spontane bijval. Het is toch (en nu vloek ik inwendig heel hard) ook zijn tuin? Net als dat die verdomde berg was ook zijn was is?

Ik mopper en mopper. Ben bokchagrijnig. Maar houd me in. Loop stilzwijgend naar boven. Kleed me uit en ga uitgebreid in bad. Natuurlijk val ik in slaap. Word ik wakker in koud water. Echtgenoot steekt zijn hoofd om de hoek. Weet na een kwart eeuw wel hoe mij te benaderen. Of ik een kopje koffie wil. Weg is mijn foute humeur. Het bad heeft me goed gedaan. Natuurlijk wil ik koffie. Met wat lekkers. En daarna een glas wijn. Met een groot stuk brie. Of salami. Maar dat vraag ik hem straks wel. Nu is het mijn tijd. Hij zal het weten ook.