1. feb, 2015

Heimwee

Roerige week. Ik schreef het al. Niet zo gek in mijn geval, het is per slot van rekening volle maan. En dan krijg ik het altijd weer een beetje op mijn heupen. Ben ik wild. Stuiter ik de dag door.

Een laatste eindspurt bij mijn andere baas. Immers, als het werk het toe zou laten, zou het mijn laatste week worden. Dat werd het. Afgelopen vrijdag nam ik, voor de derde keer al weer, afscheid van het kantoor. De eerste keer ging ik om dichterbij huis te kunnen werken. De tweede keer omdat er te weinig werk was en nu de derde keer, om de zo broodnodige rust in mijn eigen tent te creëren. De focus te kunnen leggen op slechts één bureau. De beslissing nam ik op gevoel. Nu maar hopen dat mijn gevoel me niet in de steek heeft gelaten.

Vandaag een prachtig zonnige dag. Maar net als ik met viervoetig vriendje het park in stap, begint het te miezeren. Vriendin zet, in plaats van haar waanzinnig aantrekkelijke oorwarmers (ze noemt ze zelf heel anders), nu maar haar muts op. We lopen stevig door, onderwijl de week doornemend. Het wordt zo’n beetje vaste prik. Op zondag lopen met die harige mannen. Een heerlijk begin van de zondag.

Als ik thuis kom staat de koffie klaar. Dikke plak cake er bij. Zo’n plak met een fout kleffe, natte onderkant. Daarom des te lekkerder. Terwijl ik de plak naar binnen prop, bekruipt me een schuldgevoel. Grrr. Ik wil immers weer een paar kilo kwijt. Buiten lonkt het zonnetje. In de garage staat mijn fiets. Zal ik? Ik ga fietsen, maar weer op zolder. Ik wil, zodra het daglicht mij toe staat, straks naar kantoor fietsen. 34 kilometer heen, 34 terug. Gemeten in autokilometers. Geen idee wat me op de fiets te wachten staat. Maar, dan moet ik wel wat aan mijn conditie doen. Anders kom ik nooit op kantoor aan. Ik klim dus op mijn wankele vriend. En warempel. Ik ga als een speer. Trap gemakkelijk de kilometers weg, voel geen voeten of buik en geniet van de jazzige Italiaan in mijn oor. Een pianist met hele foute snor, maar die nu in mijn oor wel heel erg lekker klinkt. Hij hoeft me ’s nachts niet wakker te maken, dat dus niet, maar kan gerust een keer mee op de fiets. Zijn woorden komen binnen (altijd lekker als je het verstaat) en een sluimerend gevoel van heimwee steekt de kop op. Heimwee naar Italië. De warmte, de taal, het landschap. De mensen, het eten, maar vooral de geur. De geur van daar. Hoe lekker is het. Door mijn vader ben ik er voor altijd mee verbonden. Door een studie Italiaans nog net een stukje meer. Dat gekke, heerlijke land. Mag toch hopen dat ik dit gevoel een beetje door kan geven aan mijn eigen kind. Het begin is er. Hij is gek op tiramisu en AC Milan. Dus maak ik vandaag een schaal vol. Zodat hij dat tijdens de wedstrijd vanavond kan eten. Italiaans. Met de paplepel ingegoten.🙂