25. jan, 2015

Buik vol

Zondag. Met vriendin loop ik door een drassig park. Het is nat, modderig en op de sloten ligt een dun laagje ijs. Bram heeft al een poging gedaan tot schaatsen, maar kwam van een koude kermis thuis. IJs te dun, water te koud. Veel leuker is het om met bevriende hond door het gras te rennen. In elkaars bek te happen of aan elkaars oren te hangen. Of, klein hiaatje in het geheel, je te laten voortduwen door je hitsige harige hondenvriend. Bram vindt alles best. Bram wordt langzaam grijs. Van de modder. Mijn mooie blonde flinke viervoeter ondergaat een ware metamorfose. Straks eerst maar afspoelen.

Als ik thuis kom heb ik het rijk alleen. De mannen zijn of bij Ajax of in Amsterdam en de middag strekt zich loom en lang voor me uit. Ik moet soppen. Stofzuigen en ook nog wat schrijven. Ik moet zoveel. Tot een vriendin appt of ik over een uurtje of wat trek heb in koffie. Yep. Het moeten verdwijnt naar de achtergrond. Ik besluit om eerst nog even te gaan fietsen. Binnenshuis, onder het schuine dak. Op zolder. Ik hijs me in oude aftandse wielerbroek (kan de nieuwe niet zo snel vinden) en laat mijn gewone shirt maar aan. Die moet toch de was in. Wielerschoenen, bidon en mobiel met oordopjes gaan mee naar boven. Met mijn ogen half dicht (wat ziet die trap er uit en hoe hoog is die berg was wel niet) klim ik op de fiets. Het fietsen gaat moeizaam. Erg moeizaam. Mijn speedbike staat niet honkvast en wiebelt. Het stuur is nog altijd te laag. Mijn schoenen doen zeer. Bocelli hijgt in mijn oor. En ontpopt zich vandaag als oude zemelaar die oeverloos blijft zeuren over verloren liefdes. Ik kan hem nu niet hebben. Heb al jaren de handen vol aan mijn eigen roerige liefdesverleden. Dan maar een andere broeierige Italiaan. Ben er in de regel gek op. Maar dit is hem ook al niet. Geen Italiaan die mij vandaag kan behagen. De oordoppen gaan uit. Man, wat heb ik het heet. Het zweet breekt me uit. Hoe lang zit ik al op die fiets? Het lijkt een uur, maar het zijn slechts tien minuten. Het display is onverbiddelijk. Allemachtig, wat heb ik het moeilijk. Conditie is nul. Wat zeg ik, ver beneden nul. Ik hang over mijn stuur. Maar, net als de vorige keer, hangt mijn buik triest te hangen. En zit nodeloos in de weg. Ik ga rechtop zitten en doe mijn shirt omhoog. Oef. De aanblik van mijn blote, maar gelukkig nog altijd redelijk bruine buik, maakt me nog moedelozer dan ik al ben. De buik lijkt te dansen. Op het ritme van mijn ronddraaiende benen. Buikdansen, maar dan zonder dat ik dat wil. Hoe sneu. Al jaren geleden nam ik afscheid van een platte buik. Het kind dat daar ooit in rond zwom, woog per slot van rekening meer dan vijf kilo. Dat de rek er dus een beetje uit was, lag dan ook voor de hand. Niet erg. Maar ja. Tel daarbij op de tand des tijds en wat zwaartekracht en je hebt een hele foute optelsom. Uiteraard eentje die, met al mijn eten de laatste tijd, geheel in de lijn der verwachtingen ligt. Maar dat dingen zo uit de hand kunnen lopen, had ik niet kunnen bevroeden. Mistroostig staar ik naar beneden. Buikspieroefeningen? Minder eten? Meer fietsen? Ik zal er aan moeten geloven. Het hele pakket en het liefst meteen. Of misschien kan ik er weer eens een pondje echtscheiding en een kilo liefdesverdriet tegen aan gooien. Dat zet tenminste wat zoden aan de dijk. Ik houd het na een dik half uur zwoegen voor gezien. Snel douchen. Aankleden. Want vriendin wacht. Maar wat moet ik aan? Haar kleding heeft altijd een hipfactor van minstens 9 op een schaal van 10. Ik wil dat ook. In ieder geval vandaag. Maar ja. Zij is niet ik. Ik kies de meest trendy stukken uit mijn kast. Pas gekocht. Allemachtig. Het zit strak. En zo niet lekker. Ik wil ruimte. In ieder geval voor buik met golfbeweging. Zeker niets dat knelt. Het wordt een broek met veel rek, een dito shirt met een bevallig decolleté en soort van harig bodywarmer-achtig iets. Gympen er onder. Trendy? Weet ik veel. Het is het enige wat ik nu kan velen. Nu mijn haar nog. Ik smeer er een soort van pasta in. Speciaal voor verleidelijk kort haar. Zo staat er op het potje. Getver. Mijn haren zijn nog nat en de pasta lijkt wel snot. Make my day zeg. Heb ik dat vandaag. Snel de föhn er maar over heen en op hoop van zegen.

Vriendin kijkt niet op van mijn verschijning. Welnee. Ze kent me. Ze kijkt naar mij. En naar mijn figuurlijke muts. Die staat namelijk lichtelijk scheef. Maar dat had ze allang al gezien. Koffie? Jip. Extra sterk. Ik kan ‘m hebben.