17. jan, 2015

Verliefd

Hoe verliefd kun je zijn? Verliefd dus. Stapel. Tot over mijn oren. Nu was ik dat natuurlijk al enige tijd geleden. Die verliefdheid liep, we roepen het inmiddels in koor, niet zo héél goed af. Om mezelf dan vol overgave in een nieuw avontuur te storten? Tja. Het hart klopt zoals het klopt. En vandaag wat sneller dan normaal.

Al zal het met deze verliefdheid wel loslopen. Het is namelijk geen mannelijk persoon die mijn hart veroverd heeft. Het is zelfs helemaal geen persoon. Het is een voorwerp. Een glimmend glanzend als een diamant geslepen voorwerp. Van kristal. In de vorm van een ring.

Vanmiddag ging ik samen met zoon richting winkels. Een feestje. Want, én geld te besteden én samen met hem. Altijd leuk. Als zoon in een onbewaakt ogenblik zijn eigen weg even gaat (games kunnen mij nog altijd niet bekoren), loop ik quasi nonchalant een juwelier binnen. Gewoon even kijken. Of ik iets zoek? Nee, eigenlijk niet. Maar als ze me een mooie grote ring kunnen bezorgen, dan graag. Ik kijk bij de uitverkoop. Alsof ik het voel. Achter het glazen ruitje lacht ie al naar me. Een waanzinnig dikke. Van Swarovski. Of ik ‘m wil passen? Ik bid in stilte dat ie te klein is. Me niet past of me helemaal niet staat. Het is de goden verzoeken. Eenmaal aan mijn vinger lijkt het alsof hij er altijd al heeft gezeten. Tot overmaat van ramp lijkt ie, door het licht, naar me te knipogen. Mijn hart slaat een roffeltje over. Ik word er blij van. Alleen niet van het prijskaartje. Uitverkoop of geen uitverkoop, ik vind ‘m te duur. Of te duur. Wat is te duur. “Beter te duur dan niet te koop”, is een gevleugelde uitspraak van mijn echtgenoot. Een uitspraak die mij vandaag wel heel goed uit zou komen. Toch laat ik de ring achter. Wil er tijdens het rondje winkels met zoon, nog even over nadenken. Want ja. Wat kan ik nog meer met dat geld doen? Boodschappen. Rekeningen betalen. Sparen. Pfff. Dat volwassen gedoe ook altijd. “Volg je hart, want dat klopt”. Een uitspraak die ik laatst tegenkwam in de krant. Er zelfs een foto van maakte. Om deze, mocht de gelegenheid zich ooit voor doen, onder iemands neus te kunnen wrijven.

Op de terugweg laat ik mijn kind natuurlijk de ring nog even zien. “Mooi he”, zo verzucht ik. “Gewoon doen”, hoor ik wat schuin boven me. Het is nog even wennen, maar zoon is sinds de laatste zomer ineens een stukje groter dan zijn moeder. “Mam, je koopt nooit wat voor jezelf”. Nou eh, dat laatste is niet helemaal waar hoor lieverd. Met het schaamrood op mijn kaken herinner ik mij een leren outfit. Of de nieuwe laptop die ik gisteravond mee naar huis sleepte. “Nou, dan wordt dit jouw weekend mam”. Kijk, met deze logica kan ik wel leven.

De ring zit inmiddels aan mijn vinger. En hoort daar. Ik zweer het je. Dit verhaal wordt getikt op de fris witte laptop. Een laptop die, hoe is het mogelijk, wel in een keer aangaat (en niet na tien keer aan- en uitzetten) en het internet binnen no time heeft gevonden (zonder dat ik voor de hele buurt koffie heb kunnen schenken). Tenminste, na enige interactie van een waanzinnige lieverd die vanmorgen aan mijn eettafel het een en ander aan het ding versleutelde en installeerde. Dank, dank, dank. 

Goh, wat een rare week. Een week waarin ik van beroerdigheid niet wist waar ik moest liggen of in moest snuiten. Ik hele dagen sliep om ’s nachts gezellig te gaan spoken. Maar ook een week waarin ik tussen alle bedrijven door genezen word verklaard door Dr. Rossi. Ik hoef, tenzij ik dat zelf wil, niet meer naar haar terug. Alles is besproken, zelfs in tienvoud. Heden en verleden, het loopt ineens naadloos in elkaar over. Aan mij is het om het geleerde in de praktijk te brengen. Of ik me ook genezen voel, zo vraagt vriendin terloops. Eh, nee, dat nou weer niet. Mijn gebroken hart is nog altijd niet gelijmd. Gelukkig is het een groot hart. Kan het blijkbaar wat hebben. En tikt het al die tijd gewoon door.