16. jan, 2015

Ziek

Ziek. Het loopt letterlijk overal uit. Ik nies, proest en snuit. Het komt zelfs uit mijn ogen. Ik ben letterlijk bezweken onder het gewicht van dat hooi op mijn eigen vork. Veel hooi op je vork is lekker. Te veel dus duidelijk niet.

Grrr. Lig en hang de hele week al op bank en bed. Sneu te zijn. Hoofd vol, watterig, katerig en bij vlagen met een knetterende hoofdpijn. Zin in niets. Niet in lekkers, niet in koffie. Ik wilde graag in mijn bed liggen. Nou dat lig ik. Vorstelijk. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Hoofd op koel kussen. Maar niet met high tea tafereel naast me. Nee. Bergen papieren zakdoeken. Op grond, op tafeltje naast bed. Ik slaap met mijn mond open. Hoe leuk is dat. En vooral: hoe bevallig kun je er bij liggen.

Vanmorgen in regenbui en windkracht tachtig met Bram toch maar een rondje om. Want mannen gaan zonder nadenken de wijde wereld in. Op weg naar werk of school. Oh ja. Of ik nog sokken wil wassen. Man zit zonder. Ja en dus? Stop ze lekker zelf in die machine. Ik wil mijn bed in. Bram weerhoudt me. Zijn kop een beetje schuin, zijn ogen vragend. Diepe frons. Verbeeld ik het mij of staat hij met zijn knieën bij elkaar zijn plas (of erger) op te houden? Zucht. Ik trek dikke oude jas over mijn ‘net uit bed’kleren, stap in mijn bergschoenen en ga naar buiten. Zakdoek in mijn ene hand, riem van Bram in mijn andere. Capuchon op. Als een vis op het droge naar adem happend. Ik krijg geen adem door de straffe wind. Mond dan maar half open. Ik zie er toch al niet uit. Kan mij de buurt ook schelen. Zwalkend op mijn benen rondje park. Bram die alle plassen en alle sloten voor zijn rekening neemt. Er jolig door heen rent of er met veel kabaal in plonst. Was hij op de heenweg nog blond, terug is hij zwart. Eenmaal thuis ga ik snel uit de kleren en gauw mijn bed weer in. Een vieze hond achterlatend op mijn schone parketvloer. Mijn witte muren. Een keer schudden en ik kan het ook. Ik vind het best. Heel best. Ik zie het straks wel. Welterusten.