8. jan, 2015

Werkplaats

Huiswerk. Het houdt wat. Bij mijn kind in ieder geval. Kwam hij tot nu toe goed weg met zijn bijna fotografisch geheugen, de laatste tijd heeft hij het wat moeilijker. Of moeilijker, dat is nou niet het goede woord. Want hij vindt niets moeilijk. Hij doet alleen te weinig. En dus maakt de school zich zorgen.

Oeps. Moet ik me nu ook ineens zorgen gaan maken? Want zó somber zag ik het allemaal niet in. Zijn rapport was inderdaad geen hoogstandje, maar ik weet wat hij daar voor gedaan heeft. Nagenoeg niets. Dus als hij een tandje harder zou lopen, moet het allemaal best goed komen. Naïef? Het zal.
Hij krijgt een plek aangeboden in de huiswerkplaats. Klinkt gezellig, zo dacht ik. Maar zoon ziet het als een strafkamp. ‘Net goed’, zo mompel ik, als het strebertje. Moet ie maar beter zijn best doen. Ik zie ineens een glorieuze toekomst. Met kind aan het hoofd van de afdeling hersenchirurgie. Of als piloot. Of als meest gewilde architect van de wereld. En dat allemaal dankzij een maandje huiswerkplaats. Een plek waar mijn kind als herboren vandaan zal komen. Zich vervolgens de rest van zijn schoolcarrière vol ijver op zijn huiswerk zal storten en de ene tien na de andere binnen zal slepen. Ik zie het wel zitten en besluit, na een kort overleg met zijn vader, dat die werkplaats de komende maand ‘the place to be is’. In ieder geval voor hem.

De eerste dag van de werkplaats breekt aan. Bij het woord werkplaats komt meteen het woord 'sociaal' in me op. Een gezellige plek, waar je met zijn allen zit te leren om te leren. Nou, dat is dit zeker niet, zo verzekert zoon me. Wat nou gezellig? Hij moet twee uur lang zijn mond houden en mag niets eten of drinken. Krijgt maar 5 minuten pauze tussendoor. Maar krijg je wel huiswerkbegeleiding? Kun je wel vragen stellen aan een leraar? ‘Nee mam. De leraar die er zit, houdt ons alleen in de gaten en is zelf ook aan het werk.’
Mijn hersens draaien op volle toeren. Want dit vind ik helemaal niks. Ik wil juist dat hij leert hoe hij moet leren. Niet om twee uur lang zijn mond te houden. Of braaf in zijn boeken te staren. Dat kan hij thuis ook. Natuurlijk kan hij al zijn huiswerk maken en wellicht wat leren, maar als je de hele dag al in die schoolbanken zit en dat al als een enorme opoffering ervaart, denk ik niet dat dit de manier is om hem bij te spijkeren. Ik denk zo maar dat dit een gevalletje van de regen in de drup gaat worden. Zucht. En nu? Zelf boven op hem gaan zitten? Elke dag politie-agentje spelen en kijken of hij alles wel gedaan heeft? Hem iedere dag overhoren? Ook dat vind ik niks. Hij moet het immers zelf leren. Zelf zijn verantwoording leren nemen. Leren nemen. Ik zeg het goed. Want wat weet een kind van 14 nou van verantwoording? Dat ik als een dolle iedere dag zat te leren, was natuurlijk ook niet gezond. Ik nam mijn verantwoording misschien wel iets te serieus. Mijn ouders lieten me maar gaan, dachten misschien dat het zo hoorde. Ik weet wel beter. Denk ik. Ik volg mijn gevoel en haal dat joch uit die werkplaats. Met een beetje nuchter verstand en wat vaker achter zijn broek aan zitten, moet het toch lukken om hem aan de gang te krijgen. En anders leert hij het maar proefondervindelijk. Blijft hij maar een keer zitten. Misschien zit ik er helemaal naast en gaan we samen onderuit, maar iets in mij roept dat hij het wel gaat redden.

Vertrouwen. Loslaten. Het zullen de sleutelwoorden zijn de rest van het jaar. Pffff. Wat word ik ineens volwassen.