17. dec, 2014

Brede schouders

De uitvaart is achter de rug. Met grijs, nat en triest weer eigenlijk een perfecte dag. Het is een besloten plechtigheid, met een kleine ploeg van familie en vrienden zitten we om zijn kist. Het is heel intiem en, hoe sober alles ook is, het is oké. Als ik opsta voor mijn toespraak moet ik eerst mijn neus en wangen deppen. Op mijn boezem voelt het nat. Mijn leren jurk neemt het vocht (nog) niet op. Ik fatsoeneer en plein public het een en ander, klem de tissue in mijn hand en loop naar voren.

Ik heb me voorbereid. Weet wat ik ga zeggen. Toch gaan mijn knieën een geheel eigen leven leiden. En dat is, zo onder mijn korte jurk, vast een amusant schouwspel. Ik ben helemaal niet zenuwachtig, sta immers voor eigen publiek, maar blijkbaar maakt alles nog veel meer indruk op me dan verwacht. Ik laat mijn knieën voor wat ze zijn en focus me op de iPad. Zijn kist is gesloten, het bloemstuk is prachtig. In de kleuren van zijn merk. Blauw, wit en oranje. Het waren ook de kleuren van mijn bruidsboeket, lang, lang geleden. Wat ik ga vertellen is confronterend, maar ook gewoon zoals het is. Als ik klaar ben en de tranen ondertussen rijkelijk over mijn wangen stromen, loop ik naar mijn stoel terug. Na een dankbare knuffel van mijn schoonmoeder kijk ik voorzichtig naar de mensen om me heen. De één steekt alleen zijn duim op, de ander geeft me een knipoog. Het is goed. Mijn boodschap is overgekomen.

Morgen komt de rouwadvertentie in de krant. Morgen ook weer schijnbaar gewoon over tot de orde van de dag. Schijnbaar zeg ik, want mijn hoofd en hart maken op dit moment overuren. Alles gaat er door me heen. Vreugde, verdriet en onvoorstelbaar veel gedachten. Ook dit overlijden zet me aan het denken. Dat het anders moet, ik het anders wil. Ik nog meer wil voelen, nog veel meer uit het leven wil halen dan dat ik nu doe. En voel ik mijn vechtlust opkomen. De energie borrelen als een klaterend fonteintje in mijn buik. Tegelijk ben ik dankbaar. Tel ik mijn zegeningen. Voor thuis, voor al die lieve mensen die er telkens weer blijken te zijn. Die met een pannetje soep voor de deur staan of via telefoon of app laten weten dat ze aan me denken. Of gewoon even komen voor de ene omhelzing.

Brede schouders heb ik nu nodig, een glas wijn en een zakdoek. In die volgorde graag.